Hoe werkt Neurofeedback nu precies?

Beeldvormende technieken geven ons inzicht in hoe het brein werkt en hoe het zich ontwikkeld.

Zeist Neurofeedback

Moderne beeldvormende technieken zoals CT, PET, (f)MRI en EEG stellen ons steeds beter in staat om de relatie tussen hersenen en gedrag te begrijpen: Ze geven inzicht in de structuren en de processen van specifieke hersengebieden. 

Wanneer bepaalde neurale netwerken disfunctioneren, is dat vaak klinisch waarneembaar in de vorm van afwijkend gedrag. Omgekeerd kan gedrag, dat niet meer geactiveerd wordt, er de oorzaak van zijn dat neurale netwerken minder efficiënt gaan functioneren of zelfs uitdoven. Hersenen zijn leerbaar en passen zich, continu en tot op hoge leeftijd aan al gelang er beroep op wordt gedaan. Neemt de activatie af, dan neemt ook de effectiviteit af. Frequente activering van neurale netwerken leidt tot een toename en versterking van synaptische verbindingen waardoor een efficiëntere prikkelgeleiding plaatsvindt en een taak minder mentale inspanning kost en/of waardoor nieuw gedrag ontstaat. In de groei van baby naar volwassenen weten we dat het brein deze ontwikkeling doormaakt. Echter ontwikkelt elk brein zich ook op zijn eigen manier. Het kan zijn dat een algemeen ontwikkelproces achterblijft. Er kan in dat geval sprake zijn van genen die daar een rol in spelen. Dit zie je bij stoornissen zoals bijvoorbeeld ADHD, ADD, dyslexie, autisme, NLD, dyscalculie, dyspraxie.

Hersenactiviteit

De communicatie activiteit tussen en binnen neurale netwerken wordt gemeten als hersengolven. Deze ontstaan wanneer grote groepen neuronen gelijktijdig (elektrische) signalen naar elkaar afgeven. Dit gebeurt pulsgewijs en deze verzameling van hersenritmen (het EEG), varieert in frequenties van 0,5 Hz tot meer dan 100 Hz (Hz = het aantal trillingen per seconde). Frequenties worden onderverdeeld in zogenaamde frequentiebanden. Ze representeren een fysiologisch (corticaal) activiteiten niveau. Naarmate het activatie niveau hoger is, is er meer samenwerking en coherentie tussen de neurale circuits en is er sprake van verhoogde alertheid. Naarmate het activatie niveau lager is er minder samenwerking en coherentie tussen de circuits wat zich uit in onder alertheid. 

Wat kunnen nu met deze kennis?

We weten nog lang niet alles over de werking van het brein, maar wat we dus al weten over de ontwikkeling van het brein, de leerbaarheid, de gedragsuitingen en staat die bij bepaalde frequenties hoort, geeft ons inzicht in mogelijke manieren om daar verandering in aan te brengen. 

De zorg sluit met het gebruik van medicatie aan op de werking van het brein. Met een medicament zoals concerta wordt het brein namelijk gestimuleerd, waardoor het snellere frequenties produceert en je minder klachten  ervaart zolang het medicament zijn werk doet. Andere behandelinterventies zijn vaak gericht gericht op het waarneembare (afwijkende) gedrag door het gewenste gedrag door conditionering en oefening te automatiseren (gedragstherapie). In de praktijk blijkt de uitvoering ervan in veel gevallen toch lastig en onvoldoende duurzaam. Niet zo gek als we weten dat de oorzaak in de fysiologie van het brein zit en men daardoor vaak onvoldoende in staat is om het gedrag bij te sturen. 

Neurofeedback 

De laatste jaren wordt in toenemende mate een nieuwe methodiek toegepast: Neurofeedback. Aan de basis van deze methodiek ligt de veronderstelling dat operante conditionering van de hersenactiviteit in een bepaalde frequentie domein leidt tot verandering van neurale netwerken. Waarbij het verandering en versterken van neurale netwerken weer leidt tot een effect op cognitief functioneren en gedrag. Het principe operante conditionering werd bekend door de Amerikaans Skinner. Skinner ontwierp de zogenaamde Skinner-Box, waarin hij een rat of een duif zette. Als het dier met zijn poot op een hefboom drukte, kreeg hij een brokje. Door de beloning leerden de proefdieren steeds vaker op de hefboom te drukken. 

Bij Neurofeedback werkt dat eigenlijk net zo. De hersenen krijgen een beloning als ze de goede hersengolven vertonen. De hersenen zijn zeer goed in het leggen van verbanden en wanneer er een beloning te verdienen valt, leren ze welk gedrag daarvoor nodig is. 

Tijdens een neurofeedback sessie worden er elektroden op het hoofd geplakt. Het gebied in de hersenen en de frequentieband die getraind wordt is afhankelijk van wat er uit een basis EEG meting komt. Men krijgt visueel en/of auditief belonende feedback op momenten dat de gewenste EEG activiteit optreedt. De sessies duren tussen de 30 en 50 minuten en vinden 2 keer per week plaats. Het doel van de training is om de hersenactiviteit in specifieke gebieden zodanig te beïnvloeden/optimaliseren, dat men taken in het dagelijks leven makkelijker kan uitvoeren. 

Neurofeedback en AD(H)D

We weten uit onderzoek dat de communicatie activiteit bij mensen met AD(H)D anders verloopt dan bij mensen zonder AD(H)D. Vaak zien we dit in een overmaat aan trage frequenties in de frontaalkwab, het hersengedeelte voor in het hoofd. Dit is het gedeelte van het brein dat betrokken is bij executieve functies en gedrags aansturing. Wanneer dit gedeelte te traag werkt heeft dit dus gedragsmatig consequenties. Je ziet dit bij kleine kinderen waarbij de frontaal kwab nog niet volledig ontwikkeld is en de neurale netwerken nog niet optimaal communiceren. Zij hebben een korte aandachtsspanne, zijn impulsief, ongeduldig en primair in hun gedragsuitingen. Op het einde van de dag als ze moe worden en er nog meer trage frequenties geproduceerd worden, worden ze druk. Ze zorgen zelf voor prikkels om wakker te blijven en de aansturing wordt minder. 

Er bestaat kleine een groep mensen met aandacht en concentratieproblemen die juist een overmaat aan snelle activiteit laten zien. Deze groep reageert doorgaans niet goed op medicatie. Bij Neurofeedback wordt er gericht op de afwijkende frequenties en wordt er getraind om de juiste frequenties te produceren die passend zijn bij een staat van aandacht, helderheid en focus. Het brein wordt beloond voor het produceren van de juiste hersengolven. Het brein leert zodoende en zet zichzelf in een proces van ontwikkeling, waarbij het brein in staat is te schakelen naar de juiste frequentie die passend is bij de gewenste staat. Wanneer het brein dit zelf in gang zet en leert in de juiste frequenties te komen, wordt medicatie in veel gevallen overbodig. 

Er zijn de afgelopen jaren veel onderzoeken gedaan naar de effectiviteit van Neurofeedback. De conclusies zijn goed te noemen. Een recent onderzoek is gedaan aan de Universiteit van Utrecht. Daar komt uit naar voren dat Neurofeedback op lange termijn goede effecten heeft; https://www.uu.nl/nieuws/neurofeedback-als-behandeling-voor-kinderen-met-adhd

Wil je mee weten over Neurofeedback

Mocht je meer willen weten over neurofeedback, dan kan je terecht op de website van BrainNetwork: www.brainnetwork.nl. Op deze site kan je veel informatie over de behandelmethode vinden en bij welke klachten het kan helpen. Er zijn momenteel veel praktijken die zich bezighouden met Neurofeedback. Laat je goed informeren over welke type neurofeedback er uitgevoerd wordt. Kwaliteitsregistraties van de praktijk geven inzicht in welke type neurofeedback het betreft en welke achtergrond de behandelend psycholoog heeft. Voor kwaliteitsregistraties kan je terecht op de site van het Nederlands Instituut van Psychologen. https://www.psynip.nl/secties/neurofeedback/. Een belangrijke kwaliteitsregistratie is die van de BCIA https://www.bcia.org/i4a/pages/index.cfm?pageid=3280.

× Neem direct contact op