Complex trauma CPTSS

Wat is complex trauma?

Complex trauma verwijst naar langdurige en herhaalde traumatische ervaringen, meestal van interpersoonlijke aard, die plaatsvinden in de vroege stadia van de ontwikkeling. Het onderscheidt zich van enkelvoudig trauma, zoals een eenmalige gebeurtenis, door de chronische aard ervan en het feit dat het vaak voorkomt binnen de context van nauwe relaties, zoals in gevallen van langdurig huiselijk geweld, emotioneel misbruik, of verwaarlozing. In dit artikel beschrijven we de kenmerken en de gevolgen van complex trauma.

1. Kenmerken van complex trauma?
2. Gevolgen van complex trauma
3. Wat kan je helpen?

Kenmerken van complex trauma

1. Vroege Begin: Complex trauma ontstaat meestal in de vroege kinderjaren, wanneer het brein nog in ontwikkeling is en de persoonlijke identiteit zich vormt. Traumatische ervaringen op deze leeftijd kunnen diepgaande gevolgen hebben voor de psychologische ontwikkeling.

2. Herhaling: Het betreft vaak herhaalde en langdurige blootstelling aan traumatische gebeurtenissen. Dit kan variëren van fysiek misbruik tot verwaarlozing of emotioneel misbruik.

3. Interpersoonlijk: Complex trauma wordt vaak geassocieerd met traumatische gebeurtenissen die plaatsvinden binnen relaties, zoals die met ouders, verzorgers of andere significante personen. Dit kan de vorming van gezonde hechtingsrelaties bemoeilijken.

4. Effect op Ontwikkeling: De impact van complex trauma op de ontwikkeling is divers en kan leiden tot emotionele, cognitieve en gedragsproblemen. Het kan de manier waarop iemand zichzelf en anderen waarneemt en begrijpt, aantasten.

Gevolgen van complex trauma

De gevolgen van complex trauma kunnen aanzienlijk zijn en variëren van persoon tot persoon. Enkele veelvoorkomende gevolgen zijn:

Emotionele Problemen:

Intense emotionele reacties, waaronder angst, depressie, woede en schaamte.
Moeite met het reguleren van emoties.

Relationele Problemen:

Uitdagingen bij het opbouwen en onderhouden van gezonde relaties.
Problemen met vertrouwen en hechting.

Cognitieve Problemen:

Verminderde concentratie en geheugenproblemen.
Negatief zelfbeeld en gevoelens van eigenwaarde.

Gedragsproblemen:

Zelfdestructief gedrag, zoals zelfbeschadiging of verslavingsproblemen.
Moeilijkheden met impulscontrole.

Fysieke Gezondheidsproblemen:

Verhoogd risico op gezondheidsproblemen, waaronder chronische aandoeningen als gevolg van de fysieke stressreactie op trauma.

Een infographic over complex trauma vind je hier

Complex trauma CPTSS

Wat kan je helpen?

Deze gevolgen kunnen het dagelijks functioneren aanzienlijk beïnvloeden. Het is echter belangrijk op te merken dat met de juiste ondersteuning, behandeling en begrip, mensen met complex trauma hoopvolle paden naar herstel kunnen bewandelen. Professionele hulp, zoals psychologische hulpverlening en traumagerichte benaderingen, kan essentieel zijn om de gevolgen van complex trauma te verminderen en een gezondere levenskwaliteit te bevorderen.

Is er bij jou sprake van complex trauma en zoek je hulp? Neem contact op met een van onze psychologen: we helpen je graag en kunnen je adviseren over je klachten.

In onze Psychologie Blog vind je meer artikelen over klachten en onze behandelingen

Polyvagaaltheorie

Wat is polyvagaaltheorie? Rol van ons zenuwstelsel bij stress & trauma

Wellicht heb je er al eens van gehoord: de polyvagaaltheorie. Deze theorie gaat ervan uit dat ons zenuwstelsel meerdere verdedigingsstrategieën hanteert wanneer we stress ervaren. Denk aan vechten, vluchten of bevriezen. We kiezen de reactie bij stress onvrijwillig: deze wordt onbewust aangestuurd door het zenuwstelsel – en verschilt per persoon. Het doorgronden van de respons die bij jou optreedt, kan helpen om problemen aan te pakken. We lichten je er graag meer over toe in dit artikel.

1. De werking van ons zenuwstelsel
2. Polyvagaaltheorie: ‘de wetenschap van veiligheid’
3. De werking van ons systeem bij veiligheid of onveiligheid
4. Polyvagaaltheorie: Schuiven tussen de systemen door het zenuwstelsel
5. Polyvagaaltheorie: visie bij behandeling door een psycholoog
6. Meer over de Polyvagaaltheorie

De werking van ons zenuwstelsel

Voordat we verder in gaan op de polyvagaaltheorie eerste een korte introductie over onze zenuwstelsel. In ons lichaam zijn er allerlei systemen in werking, een belangrijk systeem is ons zenuwstelsel. Ons zenuwstelsel vormt een ingenieus netwerk van zenuwcellen dat met elkaar verbonden is. Het zenuwstelsel heeft daarbij een belangrijke werking binnen ons lichaam. In het kort zou je het kunnen zien als een netwerk waarbij informatie van de hersenen naar verschillende delen van het lichaam wordt gestuurd, en andersom. Zo lukt het ons om de zintuigen te gebruiken of om de spieren aan te sturen.

We maken daarbij onderscheid tussen het animale zenuwstelsel en het autonome zenuwstelsel. Het animale zenuwstelsel staat in verbinding met je gedachten en vrije wil. Je kunt bijvoorbeeld ja-knikken wanneer je dat wilt: dit stuur je zelf aan. Anderzijds is er het autonome zenuwstelsel, dat automatisch functioneert. Het regelt de zaken in je lichaam waarover je niet hoeft na te denken, zoals je spijsvertering en het kloppen van je hart. Deze systemen worden ook geactiveerd wanner je stress ervaart en bepalen voor een bepaalde mate hoe je reageert op bepaalde situaties.

Polyvagaaltheorie: ‘de wetenschap van veiligheid’

Ons autonome zenuwstelsel treedt ook in werking bij stressprikkels: het herkent gevaar en zoekt een passende omgangsvorm. De polyvagaaltheorie, waarbij ‘poly’ staat voor ‘meer’, gaat ervan uit dat ons zenuwstelsel verschillende verdedigingsstrategieën hanteert wanneer we stress ervaren.Deze theorie is ontwikkeld door Stephen W. Porges. Het wordt ook wel ‘de wetenschap van veiligheid’ genoemd, waarmee we een verklaring hebben voor de werking van het autonome zenuwstelsel bij stress, trauma of angst (onveilig voelen).

De werking van ons systeem bij veiligheid of onveiligheid

We kennen allemaal de zogenoemde vecht-of-vluchtreactie (fight or flight), evenals de bevriezing (freeze). Volgens de polyvagaaltheorie kiezen we niet vrijwillig voor één van de twee reacties bij de dreiging van gevaar, maar wordt deze systematisch bepaald door ons zenuwstelsel. Kortom: het zenuwstelsel kiest wat er op een bepaald moment het best is om onze veiligheid te waarborgen.

Er zijn volgens de polyvagaaltheorie drie systemen waar we naar kunnen handelen, die werken als een hiërarchische ladder. Eén systeem betreft een veilige situatie, twee systemen betreffen een onveilige situatie. Werkt het bovenste systeem niet? Dan ga je een traptrede omlaag. Werk het middelste systeem ook niet? Dan zak je nog een trede. Is het gevaar voorbij? Dan kun je weer een trede omhoog.

Deze systemen bevinden zich binnen ons zenuwstelsel op verschillende plekken in het lichaam en werken ieder op een eigen manier. Hieronder vind je de benamingen van de drie systemen, waarna we verder ingaan op de precieze werking.

Ventrale vagale systeem:
Treedt op als we ons veilig voelen, Social Engagement System. Dit maakt dat je sociaal kunt zijn, kunt verbinden en creatief kunt zijn

Sympathisch systeem:
Treedt op als we ons (enigszins) onveilig voelen. Het is het systeem dat de meer primitieve vecht-of-vlucht responsen activeert.

Dorsale vagale systeem:
Treedt op als we ons (sterk) onveilig voelen en kan leiden tot een bevries reactie

Polyvagaal theorie

1) Bovenste systeem: Ventrale vagale systeem

Binnen de ordening van systemen volgens de polyvagaaltheorie, wordt het bovenste systeem geregeld door de ventrale nervus vagus. De ventrale nervus vagus is onderdeel van het parasympatische zenuwstelsel (aansturing van tot rust komen, maar ook bevriezing), en loopt van het hart en de borst naar het gezicht en de kaken. Deze gezicht-hartverbinding zorgt voor de mogelijkheid tot betrokkenheid. Dit is binnen ons zenuwstelsel een relatief nieuw ontwikkeld systeem, dat niet altijd heeft bestaan in ons lichaam.

Middels dit systeem, ook wel het Social Engagement System genoemd, kun je verbinding aangaan. Je gaat de connectie aan met anderen of met jezelf. Het lukt je om zaken op te lossen of om hulp te vragen. Dit is mogelijk als je je veilig voelt en er geen gevaar of stress aanwezig is.

Onze aandacht is in het bovenste systeem dus gericht op verbinding. Dit organiseren we middels co-regulatie: noodzakelijk in ons leven voor troost, geruststelling en veiligheid. Co-regulatie vindt met name plaats tussen baby’s en jonge kinderen met hun ouders: het zenuwstelselsysteem is nog niet (voldoende) ontwikkeld, en kleine kinderen kunnen zichzelf niet reguleren. Een kind leert zelfregulatie via de ouder. Co-regulatie vindt ook plaats bij volwassenen: in positieve relaties met je partner, familieleden, vrienden of collega’s. Een luisterend oor, iemand die je goed aankijkt of een arm om de schouder kan veel goeds teweegbrengen.

2) Middelste systeem: Sympathisch systeem

Het middelste systeem wordt geregeld door activatie van het sympathische zenuwstelsel (aansturing van actie, in beweging komen). Zodra er een stressvolle situatie ontstaat (wat bij iedere persoon door iets anders kan worden getriggerd!), komen onder andere adrenaline en cortisol vrij in je lichaam. Je hartslag neemt toe en je bloeddruk verhoogt. Het sympathische zenuwstelsel stelt ons in staat om actie te ondernemen: dit is het gaspedaal van je lichaam.

Soms is deze staat wenselijk. Het maakt bijvoorbeeld dat we kunnen rennen om snel een trein te halen. Echter kan deze staat ook optreden wanneer er een stressprikkel ontstaat op een moment dat dit voor jou niet wenselijk is. Bijvoorbeeld als je je tijdens je vrije dag druk maakt over problemen op je werk.

Je wordt alert en voelt meer energie: je lichaam maakt zich klaar om te vechten of vluchten bij stress. In de moderne samenleving hoeven we meestal niet daadwerkelijk te vechten of vluchten, maar wel uiten we een gedragsverandering: we komen gestrest, geagiteerd of gehaast over.

3) Onderste systeem: Dorsale vagale systeem

Tot slot is er de onderste trede, die wordt geregeld door de dorsale nervus vagus. De dorsale nervus vagus is (net als de ventrale nervus vagus, het bovenste systeem) onderdeel van het parasympatische zenuwstelsel, en bevindt zich met name wat dieper in je lichaam, in de buik. Dit is binnen ons zenuwstelsel het oudste systeem, dat al in de oertijd heeft bestaan in ons lichaam. Het regelt tevens het rusten en verteren van voedsel, evenals de bevriezingsreactie.

Het bewustzijn wordt uitgeschakeld in het onderste systeem, het lichaam spaart energie en het beschermt je tegen lichamelijke en psychische pijn. Het wordt gezien als een bewustzijnsverlagingsstrategie of overlevingsstrategie om te doen alsof je dood bent: het lichaam trapt volledig op de rem. Denk maar aan een gevangen muis die voor dood speelt in de bek van een kat. De muis is niet dood, maar zijn zenuwstelsel zet deze reactie in werking om de overlevingskans te vergroten.

Je komt in dit onderste systeem terecht wanneer het middelste systeem niet voldoende effectief is volgens het zenuwstelsel. Dit gebeurt bij dreigende situaties, bijvoorbeeld wanneer je getuige bent van een ongeval. Bij trauma zie je dit als iemand dissocieert. Maar ook bij minder levensbedreigende situaties treedt dit systeem op: wanneer je een presentatie moet geven en plotseling alles bent vergeten, of wanneer je onverwachts voor het blok wordt gezet. Je bevriest.

Polyvagaaltheorie: schuiven tussen de systemen door het zenuwstelsel

Nu je de drie systemen kent, is het naar de polyvagaaltheorie belangrijk om te benadrukken dat je stapsgewijs schuift tussen deze systemen. Stel dat je plotseling door collega’s voor het blok wordt gezet en bevriest: dat is het onderste systeem. Vervolgens schuif je naar het middelste systeem: je zit vol adrenaline, je bent boos op je collega’s en neemt het ze kwalijk. Wellicht uit je je irritatie. Pas daarna kun je weer terechtkomen in het bovenste systeem: je voelt je weer sociaal en veilig – al kan dat wellicht even duren.

Systeem twee en drie: sociale verbinding is moeilijk

Sociale verbinding is belangrijk voor de mens. We hebben het nodig om ons veilig te voelen en om stabiliteit te ervaren. Veiligheid en betrokkenheid zijn essentieel voor gezondheid, groei en herstel.

In het eerste systeem (ventrale vagale systeem) lukt het om sociale verbinding plaats te laten vinden. In het tweede en derde systeem (sympathisch systeem en dorsale vagale systeem) zijn we die verbinding echter kwijt, omdat het risico om verbinding aan te gaan te groot is. Het is moeilijk om contact te zoeken of om hulp te vragen, en de mensen om je heen komen bedreigend op je over. Daarom is het nadelig om je (vaak) in de onderste twee systemen te bevinden. Je mist de sociale verbinding, terwijl deze juist zo essentieel is in ons leven.

Reactie op stress of trauma: per persoon verschillend

In de polyvagaaltheorie wordt benadrukt dat de reactie op stress of trauma per persoon verschillend is. Allereerst verschilt de inhoud van een trauma of stressvolle situatie voor iedereen. Waar de één na een ongemakkelijke ontmoeting met een nieuwe kennis voortaan vreest voor het leren kennen van nieuwe mensen, denkt de ander daar nooit meer over na.

Verder kies je onvrijwillig voor een bepaalde reactie binnen de systemen die we hierboven beschreven: het zenuwstelsel bepaalt dit voor jou. Je kiest dus niet bewust voor een mobiliserende vecht-of-vluchtreactie of juist een immobiliserende bevriesreactie bij stress of onveiligheid. Hier heb je zelfs geen invloed op. Nog voordat je bewust kunt redeneren over een bepaalde reactie, heeft je zenuwstelsel al gehandeld door een inschatting te maken van het mogelijke gevaar. Bij sommige mensen creëert een trigger vanuit de omgeving een vecht-of-vluchtreactie, maar andere mensen bevriezen door diezelfde trigger.

Vanuit welk systeem je zenuwstelsel reguleert bij bepaalde situaties, wordt gedurende ons leven ingericht. Soms al op jonge leeftijd. Door vroegkinderlijk trauma of een gebrek aan co-regulatie (iets aangedaan of verwaarlozing) schiet iemand gedurende de rest van het leven snel in systeem twee of drie: de houding om te vechten of vluchten, of te bevriezen. Ook trauma of langdurige stress op latere leeftijd heeft een negatieve invloed: het zenuwstelsel staat alerter afgesteld, en schiet sneller in systeem twee of drie. Gevaar wordt bij triggers sneller (soms te snel) gedetecteerd en overlevingsresponsen worden sneller (soms te snel) geactiveerd.

In het dagelijks leven: hevigere reacties op stress dan nodig

Trauma, langdurige stress of een gebrek aan co-regulatie maakt dus dat ons lichaam sneller overschakelt naar een systeem voor een onveilige situatie. Echter kan dit ook optreden zonder zoiets te hebben meegemaakt. Ons lichaam reageert op stress: dit is een oeroud systeem. Maar waar er in de oertijd nog reële gevaren waren waartegen we echt moesten vechten, vluchten of bevriezen, is dat in de moderne samenleving nog maar nauwelijks het geval. Toch handelt ons zenuwstelsel nog altijd snel en heftig op stressvolle situaties – ook als deze niet levensbedreigend zijn. Dit gebeurt nu eenmaal onvrijwillig en onbewust: zo’n grote invloed oefent het zenuwstelsel uit op jouw gevoelens en gedrag.

Die intense lichamelijke reactie vanuit het zenuwstelsel kan erg vervelend zijn in het dagelijks leven. Zo kan de vecht-of-vluchtreactie al optreden als je een mailtje krijgt van je baas of als je partner iets onaardigs zegt. Er is geen wezenlijk gevaar, maar je lichaam reageert wel op deze manier. Dit maakt het vervolgens weer moeilijk om sociale verbinding aan te gaan, wat je somber kan maken.

Polyvagaaltheorie: visie bij behandeling door een psycholoog

Ben je benieuwd welke rol de polyvagaaltheorie kan spelen in een behandeling door de psycholoog? Bij verschillende klachten kan de visie van deze theorie een rol spelen, waaronder stress of burn-out, angst, trauma en depressie. Maar ook wanneer je niet goed in je vel zit of het idee hebt dat je vastloopt in het leven. Bij psychologenpraktijk BrainNetwork werken we bij bepaalde klachten vanuit de  visie van de polyvagaaltheorie.

Het hanteren van deze visie werkt op verschillende manieren. Zo wordt in de polyvagaaltheorie vooropgesteld dat een gevoel van veiligheid cruciaal is voor genezingsprocessen, evenals het leiden van een prettig en gezond leven. Co-regulatie en verbinding spelen hierin een hoofdrol. Het ontbreken van dit veiligheidsgevoel, en daarbij een gebrek aan het verkeren in het bovenste systeem (ventrale vagale systeem), kan leiden tot psychische aandoeningen en lichamelijke ziekten.

Hier wordt door de polyvagaaltheorie gehoor aan gegeven: de behoefte aan een veiligheidsgevoel wordt in acht genomen, zoals ook door de psychologen bij BrainNetwork wordt gedaan in de behandeling. We kunnen je helpen om op de juiste manier op zoek te gaan naar een gevoel van veiligheid. Zo kunnen we aan de slag gaan met het leren van co-reguleren, mocht dit bij jou niet goed zijn ontwikkeld in je jonge jaren. Binnen de veilige therapeutische relatie kun je hierin groeien. Tevens vinden we het belangrijk om in onze praktijkruimte een veilige omgeving te creëren.

Verder biedt de polyvagaaltheorie een verklaring voor de werking van ons autonome zenuwstelsel bij stress of burn-out, angst, trauma en depressie. Deze inzichten kunnen worden toegepast tijdens een behandeling. Zo kunnen we onderzoeken welke responspatronen er bij jou optreden, en op welk moment. De patronen kunnen bijvoorbeeld optreden bij ervaringen van niet-vertrouwen of triggers voor traumatische gebeurtenissen in het verleden. Het herkennen van de patronen in het verloop van de drie systemen geeft belangrijke inzichten over jezelf, wat jouw triggers zijn en de manier waarop je met triggers omgaat.

Opdrachten en oefeningen in de behandeling

Met oefeningen en opdrachten lukt het je stukje bij beetje om de patronen die optreden te veranderen: we creëren nieuwe patronen van veiligheid en verbinding, die het gevoel van onveiligheid vervangen. Hier ligt de focus juist op het invullen wat jou weer in het positieve, veilige systeem brengt. Dit lukt bijvoorbeeld door zelfregulatie: rustig en vanuit de buik ademhalen of meditatie. Maar ook biofeedback en neurofeedback kunnen hier goed bij helpen. Ook co-regulatie binnen voedende relaties werkt, zoals (leren om te durven vragen naar) een goed gesprek of een knuffel van een dierbare. Wat het best werkt, ligt voor iedereen weer anders – en kunnen we achterhalen.

Het wordt tijdens en na de behandeling steeds makkelijker om in verschillende situaties terug te schakelen naar het bovenste, veilige systeem. Je gevoel van continue alertheid neemt af en je kunt weer tot rust komen (afstappen van systeem twee); of je komt juist weer in een flow terecht en hebt niet langer het idee dat je stilstaat (afstappen van systeem drie). Dit maakt dat je je leven op een betere manier kunt inrichten, en dat je je socialer, creatiever, vrijer, optimistischer en veerkrachtiger voelt.

Meer over de Polyvagaaltheorie

In onderstaande animatiefilmpje van Mindmadeeasy wordt in 6 minuten uitgelegd hoe de Polyvagaal Theorie in elkaar steekt.

Heb je vragen over de polyvagaaltheorie of wil je weten hoe we dit toepassen in onze behandelingen? Neem direct contact op of lees in onze psychologie blog meer over onze behandelingen: