Wat te doen bij paniekaanval

Wat te doen bij een paniekaanval

Iedereen is wel eens bang of angstig. Angst is een natuurlijke reactie of dreiging of gevaar, en helpt ons uit gevaarlijke situaties te ontkomen. Maar soms kun je ook angstig zijn in situaties die geen gevaar opleveren. Deze vorm van angst kan je dan beperken in je dagelijks leven. In deze blog lees je meer over wat je kan doen bij een paniekaanval.

Wat is een paniekaanval?

Mensen die veel angst ervaren, of last hebben van een angststoornis, hebben daarbij ook vaak last van paniekaanvallen. Een paniekaanval wordt gekenmerkt door plotselinge, korte periodes van intense angst. Daarbij ervaart met ook lichamelijke klachten als:

  • Sterk verhoogde hartslag & hartkloppingen
  • Hoge ademhaling, hyperventilatie en benauwdheid
  • Duizeligheid, het gevoel dat je flauw gaat vallen
  • Transpireren en trillen
  • Misselijkheid en last van je buik
  • Het gevoel dat je de controle verliest
  • Tintelende vingers of benen

Tijdens een paniekaanval kunnen de klachten zo hevig zijn, dat men de angst heeft om dood te gaan of flauw te vallen.  Een gevoel van controle verlies speelt hier ook een grote rol.

Hoe ontstaat een paniekaanval?

Een paniekaanval kan ontstaat doordat het lichaam per ongeluk (door bijv. extreme of langdurige stress) in de ‘vecht of vlucht’ modus schiet, waardoor het wordt overspoeld met chemische stofjes, zoals adrenaline. Deze versnellen de hartslag en ademhaling, en pompen het bloed naar de grote spieren om zich voor te bereiden op vechten of vluchten. Ook kan men schrikken van een bepaald gevoel in het lichaam (hartkloppingen, tintelende vingers, duizeligheid etc.). Je richt hier dan je aandacht op, waardoor het gevoel alleen maar toeneemt. Vervolgens raak je in paniek door de doemscenario’s die je bedenkt over het gevoel: ‘Krijg ik een hartaanval?’ of ‘Ik ga flauwvallen’.

Paniekaanval

Wat houdt het probleem in stand?

Vermijding en veiligheidsgedrag houdt je probleem in stand en zorgt ervoor dat paniekaanvallen blijven optreden (zie: figuur hieronder).  Door te vermijden vertel je jezelf eigenlijk: ik heb het probleem vermeden en daardoor is mijn angstige gedachte niet tot waarheid geworden. Of: ‘Ik ben niet gaan hardlopen, want door de snelle hartslag krijg ik een paniekaanval. De reden dat ik nu geen paniekaanval heb gehad, is omdat ik niet ben gaan hardlopen. Door middel van vermijding houdt je dus je angsten in stand

Om je angstklachten te verminderen is het dus enorm belangrijk om vermijding en veiligheidsgedrag te laten vallen.  Met veiligheidsgedrag bedoelen we vermijding door middel van het uitvoeren van bepaalde gedragingen, om jezelf een veilig gevoel te geven, of een bepaald gevoel voor te zijn. Dit kan bijvoorbeeld zijn dat je op je ademhaling gaat letten om die onder controle te houden, omdat je bang bent anders een hartaanval te krijgen. Hier leer je jezelf opnieuw aan dat een goede uitkomst veroorzaakt wordt door jouw eigen handelingen. Er is geen ruimte voor de hersenen om het tegendeel te leren en dus houdt dit de angsten in stand.

Wat kan je zelf doen bij een paniekaanval?

Preventie
Paniek ontstaat vaak door lange periodes van stress en overbelasting. Hierdoor raakt je sympathisch zenuwstelsel (verantwoordelijk voor de actieve toestand van lichaam) ontregeld. Het is daarom belangrijk om te zorgen dat die stress en spanning iets uit je lichaam verdwijnt. Hierdoor ontstaat er betere balans in het zenuwstelsel, waardoor je lichaam weer leert om ook in de ontspannen modus te verkeren.

Angst en paniek heeft als het ware een drempelwaarde. Hoe verder je er vanaf zit, hoe beter je een stressor aankunt zonder ervan in paniek te raken. Dingen als spanning door zorgen, vastzittende spieren of over alertheid zijn niet bevorderlijk voor de drempelwaarde. Belangrijk is dus om te zorgen voor een meer ontspannen modus van het lichaam, preventief voor een paniekaanval. Dit kan door middel van spierontspanningsoefeningen of ademhalingsoefeningen. 

Acceptatie

Er zijn dus allerlei manieren om een paniekaanval te voorkomen, maar wanneer de paniekaanval al in gang is gezet, is het het belangrijkst om het te erkennen en accepteren. Erken dat je bang bent en in paniek begint te raken, maar weet dat je niet echt in gevaar bent. Je wordt niet gek. Je gaat niet dood. 

Weet ook dat een paniek slechts een tijdelijke reactie van het lichaam is, die ook weer overgaat. Meestal duurt een paniekaanval maar een paar minuten. Hoe meer je je verzet tegen de paniek, hoe erger het wordt. Leer jezelf het gevoel te accepteren, en laat het er gewoon even zijn. 

Belangrijk is ook dat je een paniekaanval niet weg gaat ademen, maar dat je leert dat paniek komt en gaat. Hierdoor krijg je meer vertrouwen in het eigen lichaam. De kern van een paniekaanval is namelijk jouw eigen gedachte dat er iets catastrofaals gebeurt en je de controle kwijt raakt.

Schrijven

Wanneer je hebt geaccepteerd dat de paniek er nu even is, maar ook weer zal verdwijnen, helpt het misschien om de dingen die je ervaart op te schrijven. Wat voel je in je lichaam? Wat zijn je gedachten? Ben je ergens specifiek bang voor? Het opschrijven maakt dat je afstand kunt nemen van het probleem, alsof het van een ander is. Wellicht neemt de lading van de gevoelens af, en kun je er vanuit de ‘derde persoon’ naar kijken.

Misschien dat je achteraf inzicht hebt in wat nou de ‘oorzaak’ was van de aanval. Wat was de trigger om in paniek te raken? Hoe zag je week eruit? Heb je het toevallig erg druk gehad of veel stress ervaren? 

Waarom Hartcoherentie

Hulp bij paniekaanvallen

Voor paniekaanvallen is het dus makkelijker voorkomen dan genezen. Het is van belang dat je zorgt voor een algemene rusttoestand in je lichaam. Daardoor bereik je minder snel de drempelwaarde van paniek. Dit kun je doen door bijvoorbeeld ademhalings- of ontspanningsoefeningen in je dag te plannen, of andere rustmomentjes pakken. Laat vermijding van ‘enge’ dingen of situaties vallen. Alleen dan verbreek je de cirkel. Als je dan toch een paniekaanval krijgt, probeer je te focussen op acceptatie en bedenk je dat het vanzelf weer over gaat. 

Wil je graag advies over je klachten om zoek je hulp van een psycholoog? Ons team van therapeuten in Zeist en Soest staan voor je klaar en helpen je graag

Neurofeedback BrainNetwork

Het ontstaan van Neurofeedback

Neurofeedback is een opkomende en “nieuwe” behandeling, maar gaat eigenlijk al terug tot ongeveer 1960. De geschiedenis aan onderzoekers in dit veld heeft het mogelijk gemaakt voor ons om Neurofeedback te gebruiken als tool voor veel verschillende klachten. Neurofeedback levert in de praktijk mooie resultaten op. Maar hoe is het nu eigenlijk ontstaan? Dit blog geeft uitleg over de geschiedenis aan onderzoek die er toe heeft geleid dat wij bij BrainNetwork Neurofeedback kunnen toepassen om jou te helpen met bepaalde klachten. Op het eind zullen we uitleggen hoe het in de huidige tijd wordt toegepast.

Het begin

Rond 1960 stond EEG-onderzoek naar slaap- en waak toestanden centraal. Pavlov deed onderzoek naar interne inhibitie bij de overgang van waken naar slapen. Interne inhibitie speelt een rol bij het onderdrukken van aangeleerde reacties, en leidt tot een verminderde beweeglijkheid en een gerichtere aandacht. Er zijn bepaalde hersengolven die hiermee te maken hebben, dit zijn hersengolven van twaalf tot vijftien Hertz. Deze hersengolven worden samen het sensomotorisch ritme (SMR) genoemd.

Onderzoeker Barry Sterman deed onderzoek op dit gebied bij katten. Hij leerde katten een geconditioneerde (aangeleerde) reactie aan. De katten moesten op een hendel drukken om voedsel te ontvangen. Nadat de katten dat geleerd hadden, leerde hij de katten een tegengestelde reactie aan: op het moment dat er een toon werd aangeboden, vond er geen voedsel aanbieding plaats. Drukt de kat toch op de hendel, dan houdt de toon langer aan. De katten leren dan om de hendel niet in te drukken als er een toon klinkt. Het onderdrukken van het eerder aangeleerde proces van het indrukken van de hendel, is te beschouwen als interne inhibitie. Sterman ontdekte dat op dat moment het SMR verscheen. Dit SMR vertoonde een gelijkenis met slaapspoelen. Slaapspoelen zijn plotselinge hoogfrequente uitslagen in het EEG die de slaap stabiliseren. Er zijn aanwijzingen dat deze slaapspoelen verband houden met de hoeveelheid leren die voor het slapen plaats heeft gevonden. Ook toonde Sterman aan dat het aantal slaapspoelen in de slaap van de getrainde katten duidelijk steeg. De verhoging van het SMR bij neurofeedback heeft dus waarschijnlijk een positief effect op de slaap.

Een doorbraak kwam in 1967, toen de NASA proefdieren zocht in verband met hun ruimtereizen. Er werd toen onderzoek gedaan naar het effect van schadelijke brandstofdampen. Sterman testte dit wederom bij katten. De meeste proefdieren kregen na ongeveer een uur een epileptische aanval, behalve één groep katten. Die katten had Sterman getraind door ze te belonen wanneer het SMR ritme optrad. Hiermee werd de basis gelegd voor neurofeedback: de mogelijkheid om hersenactiviteit te reguleren via operante conditionering. 

QEEG meting bij Neurofeedback

Neurofeedback bij ADHD

In 1976 ontdekte Joel Lubar dat neurofeedback ook effect had bij ADHD. Hier was al aanleiding voor, omdat slaap ontregelingen bij ADHD vaak een belangrijke rol speelden. Hij stelde, naar aanleiding van al het eerdere onderzoek, dat training van de SMR zou leiden tot een verbetering van het inhibitievermogen. Zoals al eerder werd gezegd zorgt interne inhibitie voor meer gerichte aandacht en verminderde beweeglijkheid.
Inhibitie werd gemeten door middel van spierspanning en een beschrijving van het gedrag van jongens met ADHD in een schoolomgeving. Bij de trainingsperiode werd de SMR gestimuleerd en de thèta-activiteit onderdrukt, waarna inderdaad de spierspanning verminderde en het gedrag verbeterde. In een volgende trainingsperiode waarin de thèta-activiteit werd gestimuleerd en de SMR onderdrukt, bereikte men juist een tegenovergesteld effect.

Neurofeedback BrainNetwork

Bij BrainNetwork zijn we gekwalificeerd als Neurofeedback specialist BCN en lid van BCIA. Dit is het enige erkende internationale instituut voor opleiding en professionalisering van neurofeedback therapeuten. Check daarom voordat je start met een Neurofeedback traject of de aanbieder BCIA gecertificeerd is. 

Binnen Neurofeedback als behandeling zijn er verschillende manieren waarop het wordt uitgevoerd door verschillende aanbieders. Bij BrainNetwork werken wij volgens de klassieke methode. Hierbij worden bepaalde frequenties in de hersenen omhoog of omlaag getraind. 

Klassieke neurofeedback

Bij klassieke neurofeedback maken we eerst een QEEG. Op basis hiervan wordt een behandelplan opgesteld. Tijdens de neurofeedback behandeling krijg je opdrachten die je moet doen, op basis van een film op een beeldscherm. Je moet bijvoorbeeld een figuurtje naar een bepaald doel leiden, of zorgen dat de film helder te zien is in plaats van vervaagd. Dit doe je door middel van het controleren van je eigen hersengolven. Hoe beter je deze reguleert, hoe beter de opdracht lukt. Naarmate de training vordert stellen we het programma zo in, dat er beter gepresteerd moet worden voordat de opdracht lukt. Je beloont als het ware het goed reguleren van de hersengolven door het resultaat wat te zien is op het scherm. Door beloning leren je hersenen wat de optimale hersenactiviteit is. Daardoor worden er ook nieuwe verbindingen gemaakt en oude afgebroken. Daarom is het effect van neurofeedback blijvend; het is een techniek die je aanleert en niet meer verleert. 


Ben jij benieuwd wat Neurofeedback voor jouw klachten kan doen? Neem dan contact met ons op en plan een gratis en vrijblijvend kennismakingsgesprek in!

Wanneer naar een psycholoog

Wanneer ga je naar een psycholoog?

Misschien heb je er wel wat van meegekregen: de lange wachttijden bij de geestelijke gezondheidszorg. Veel meer mensen kiezen er tegenwoordig voor om psychologische hulp te zoeken. Wellicht is het aantal mensen met psychische klachten toegenomen, maar misschien komt het ook omdat we meer bewust zijn van onze mentale gesteldheid en de invloed die dat heeft op ons dagelijks functioneren.

Openheid over psychische klachten

Het ministerie van volksgezondheid houdt zich ook bezig met het verminderen van het taboe op psychische klachten. Misschien heb je de campagne ‘Hey, het is oké’ wel gehoord. Deze campagne staat voor meer openheid over psychische klachten. In opdracht van het ministerie van volksgezondheid is er ook een onderzoek uitgevoerd naar het taboe wat betreft psychische klachten. Driekwart van de Nederlanders vindt praten over psychische klachten of aandoeningen normaal. Ook is er een overwegend positieve houding ten opzichte van mensen met klachten of aandoeningen. Bijna niemand vindt dat deze mensen zich aanstellen. Bij 12 procent van de Nederlanders veranderde hun beeld van mensen met klachten of aandoeningen het afgelopen jaar. Deze verandering is vrijwel altijd positief: zij hebben meer begrip gekregen, onder andere door eigen ervaringen, ervaringen in de omgeving of de corona crisis. Het blijkt nog wel dat mensen zichzelf ervaren als erg open over dit onderwerp, maar van de omgeving verwacht dit niet te zijn. Dit weerhoud mensen er dan toch van om over psychische problemen te praten. Je hoeft echter ook niet altijd met je omgeving over je problemen te praten. Sommige dingen bespreek je misschien liever niet zomaar met iedereen. Je kunt daarvoor ook de hulp inschakelen van een psycholoog.

Waarom een psycholoog?

Er zijn veel verschillende redenen waarom mensen hulp zoeken bij een psycholoog. Maar wanneer moet je er zelf aan gaan denken om hulp te zoeken? Het antwoord is vrij simpel: wanneer je denkt dat je hulp nodig hebt. Dit is bij ieder persoon verschillend. Het leven loopt nou eenmaal niet altijd soepel. Misschien heb je in een korte tijd veel veranderingen of gebeurtenissen doorgemaakt, en levert dit je stress op.  Of je zit een poosje in een dipje en weet niet zo goed hoe je hieruit moet raken. Het kan ook zijn dat je bepaalde dingen in leven wilt veranderen, maar niet precies weet hoe. Al deze dingen (en nog veel meer) kunnen een reden zijn om op zoek te gaan naar een psycholoog. Probeer er eens op deze manier te kijken: wanneer je je been breekt, is het niet meer dan normaal om naar een dokter te gaan (het is zelfs idioot om het niet te doen). Maar wanneer je geestelijk opbreekt, is het dan ook niet meer dan normaal om daar de juiste ‘dokter’ voor te zoeken? Eigenlijk bij alles wat er geestelijk aan de hand is, wat je niet alleen kunt of wilt oplossen, kun je een psycholoog inschakelen.

Bij BrainNetwork zien wij verschillende mensen die allemaal een andere hulpvraag hebben.

Wanneer naar een psycholoog

Wat kan een psycholoog voor jou doen?

Wanneer je bijvoorbeeld problemen ervaart in je dagelijks functioneren door psychische klachten, kun je ervoor kiezen de hulp van een psycholoog in te schakelen. Wij psychologen zijn altijd gericht op jouw wensen en voorkeuren. Daarom luisteren we altijd naar jouw hulpvraag. Samen maken we een plan voor behandeling, waar we ook doelen opstellen. Er wordt ook een behandelmethode gekozen die het beste past bij jouw klachten. Hieronder voorbeelden van behandelmethoden die wij bij BrainNetwork kunnen inzetten.

Cognitieve Gedragstherapie (CGT)

Acceptance & Commitment Therapy (ACT)

EMDR (Eye Movement Desensitization & Reprocessing)

Psychomotorische therapie

Biofeedback

Neurofeedback

Wanneer naar Psycholoog

Kun je zomaar bij een psycholoog terecht?

Ja. Je kunt zomaar bij een psycholoog terecht. Echter voor een vergoeding vanuit de verzekering heb je een verwijsbrief van de huisarts nodig. Check altijd eerst even of je behandeling geheel of gedeeltelijk vergoed wordt door jouw zorgverzekering. 
Maar: wanneer de behandeling valt onder ‘complementaire’ of ‘alternatieve’ zorg, zit het sowieso niet standaard in je basispakket en heb je ook geen verwijsbrief nodig. Wel kun je dan een vergoeding aanvragen door de facturen door te sturen naar je zorgverzekering, mits dit in je pakket zit.

Wil je graag meer weten of advies over je klachten? Neem gerust contact op met ons team in Zeist en Soest.

Biofeedback behandeling

De waarde van Biofeedback

Psychische klachten uiten zich bijna altijd ook in lichamelijke klachten. Soms is die link tussen psychische klachten lichamelijke klachten duidelijk, soms ook niet. Beide klachten kunnen elkaar versterken en in stand houden. Een behandelvorm die lichaam en geest bij elkaar brengt is Biofeedback. In deze blog wordt uitgelegd wat Biofeedback is, en wat de toegevoegde waarde is bij een behandeling.

Wat is de achterliggende gedachte?

Bij psychische problemen is er sprake van een verstoring van de balans in het lichaam. Die disbalans zien we terug in lichamelijke klachten. Het hoofd, hart en lichaam zijn namelijk allemaal met elkaar verbonden. Voorbeelden van dit soort lichamelijke klachten zijn bijvoorbeeld: hoofdpijn, slaapproblemen, migraine, hartklachten of darmklachten. 

Omdat het hoofd, hart en lichaam verbonden zijn, is het erg nuttig om bij een behandeling voor psychische klachten op alle drie te focussen. Een behandeling die deze drie gebieden integreert, is Biofeedback.

Maar wat is biofeedback dan precies?

Biofeedback is een behandelmethode waarbij lichaamssignalen worden gemeten met behulp van speciale apparatuur. Spierspanning, hartslag, huidgeleiding, ademhaling en huidtemperatuur zijn voorbeelden van lichaamssignalen waar je met behulp van Biofeedback inzicht in krijgt. De cliënt kan de gegevens zien op een scherm en krijgt zo inzicht op wat er precies in het lichaam gebeurt. Het effect van een nare of stressvolle gedachte is direct zichtbaar. Uiteindelijk is het doel dat de cliënt de eigen lichaamssignalen weet te herkennen, en deze daardoor ook kan controleren.
Een voorbeeld: stel nou dat je erg gestrest bent voor een belangrijke presentatie voor je werk. Er komen telkens gedachten naar boven. Wat nou als het fout gaat? Wat nou als mensen mijn werk niet interessant vinden? Bij het ontstaan van dit soort stressvolle gedachten gebeurt er iets met je lichaam. Je voelt je hart misschien sneller kloppen, of je begint te zweten. Maar soms zijn die lichamelijke signalen niet makkelijk op te merken. Biofeedback geeft je dan inzicht in wat er precies in je lichaam gebeurt en wat jouw persoonlijke signalen zijn, zodat je die later kunt herkennen.

Biofeedback behandeling

Verschillende vormen

Biofeedback lijkt nogal een breed begrip, en dat klopt. Onder Biofeedback vallen namelijk verschillende typen, afhankelijk van het type lichaamssignaal waarnaar wordt gekeken. Onder Biofeedback vallen bijvoorbeeld Hartcoherentietraining en Neurofeedback. Waar Hartcoherentietraining zich richt op hartritmevariatie (HRV), focust Neurofeedback zich op hersengolven die verstoord zijn. Neurofeedback wordt binnen de praktijk als aparte behandelmethode gezien, maar is dus eigenlijk een vorm van Biofeedback.

Voor welk type klachten kan biofeedback helpen?

Biofeedback is een behandelvorm die bij verschillende typen klachten kan helpen. Biofeedback is bijvoorbeeld effectief gebleken bij angstklachten (Goessl et al., 2017), stemmingsklachten en pijn (Thabrew, 2018), maar ook bij migraine (Nestoriuc et al., 2007), ADD/ADHD en hoge bloeddruk (Biofeedback Vereniging Nederland, 2021). De effectiviteit van de behandeling is bevonden bij verschillende leeftijdsgroepen. 

Het mooie van Biofeedback is dat je oefeningen leert die je zelf thuis toe kan passen, zelfs na afloop van het behandeltraject. Hierdoor heb je minder kans dat de klachten weer terugkomen. Daarnaast is biofeedback heel concreet en inzichtelijk, dat geeft mensen vaak een duidelijk tool om mee te werken.

Biofeedback in combinatie met gesprekstherapie

Biofeedback kan worden gecombineerd met andere therapieën, bijvoorbeeld met Cognitieve Gedragstherapie (CGT). Op die manier leer je niet alleen de signalen te herkennen, maar ook hoe je daar anders mee om kunt gaan. Daarom combineren we deze twee therapievormen in onze praktijk vaak met elkaar.

Ben jij op zoek naar een psycholoog in de omgeving Zeist of Soest die lichaamsgericht werkt? Of ben je benieuwd of Biofeedback iets voor jou is? Bij psychologenpraktijk BrainNetwork helpen we je graag. Neem vrijblijvend contact met ons op, dan kunnen we kijken naar de mogelijkheden voor jou.

Zoek je iemand die die gespecialiseerd is biofeedback in een andere omgeving, dan de Utrechtse Heuvelrug, neem dan een kijkje op de site van de Biofeedback Vereniging Nederland. Daar vind je alle Biofeedback therapeuten in Nederland

Literatuur

Goessl, V. C., Curtiss, J. E., & Hofmann, S. G. (2017). The effect of heart rate variability biofeedback training on stress and anxiety: a meta-analysis. Psychological Medicine, 47(15), 2578–2586. https://doi.org/10.1017/s0033291717001003

Nestoriuc, Y., & Martin, A. (2007). Efficacy of biofeedback for migraine: A meta-analysis. Pain, 128(1), 111–127. https://doi.org/10.1016/j.pain.2006.09.007

Pizzoli, S. F. M., Marzorati, C., Gatti, D., Monzani, D., Mazzocco, K., & Pravettoni, G. (2021). A meta-analysis on heart rate variability biofeedback and depressive symptoms. Scientific Reports, 11(1). https://doi.org/10.1038/s41598-021-86149-7

Thabrew, H., Ruppeldt, P., & Sollers, J. J. (2018). Systematic Review of Biofeedback Interventions for Addressing Anxiety and Depression in Children and Adolescents with Long-Term Physical Conditions. Applied Psychophysiology and Biofeedback, 43(3), 179–192. https://doi.org/10.1007/s10484-018-9399-z

Wat is Biofeedback standaard. (2021, 15 maart). Biofeedback Vereniging Nederland. Geraadpleegd op 17 februari 2022, van https://biofeedbackvereniging.nl/wat-is/wat-is-biofeedback-standaard/

In onze Psychologie Blog vind je ook interessante artikelen over Burn-out en stressklachten

    Polyvagaaltheorie

    Wat is polyvagaaltheorie? Rol van ons zenuwstelsel bij stress & trauma

    Wellicht heb je er al eens van gehoord: de polyvagaaltheorie. Deze theorie gaat ervan uit dat ons zenuwstelsel meerdere verdedigingsstrategieën hanteert wanneer we stress ervaren. Denk aan vechten, vluchten of bevriezen. We kiezen de reactie bij stress onvrijwillig: deze wordt onbewust aangestuurd door het zenuwstelsel – en verschilt per persoon. Het doorgronden van de respons die bij jou optreedt, kan helpen om problemen aan te pakken. We lichten je er graag meer over toe in dit artikel.

    De belangrijke werking van ons zenuwstelsel

    In ons lichaam zijn er allerlei systemen in werking, waaronder het zenuwstelsel: een netwerk van zenuwcellen dat met elkaar verbonden is. Het zenuwstelsel heeft een belangrijke werking binnen ons lichaam. Je kunt het zien als een netwerk waarbij informatie van de hersenen naar verschillende delen van het lichaam wordt gestuurd, en andersom. Zo lukt het ons om de zintuigen te gebruiken of om de spieren aan te sturen.

    We spreken van het animale zenuwstelsel en het autonome zenuwstelsel. Het animale zenuwstelsel staat in verbinding met je gedachten en vrije wil. Je kunt bijvoorbeeld ja-knikken wanneer je dat wilt: dit stuur je zelf aan. Anderzijds is er het autonome zenuwstelsel, dat automatisch functioneert. Het regelt de zaken in je lichaam waarover je niet hoeft na te denken, zoals je spijsvertering en het kloppen van je hart.

    Polyvagaaltheorie: ‘de wetenschap van veiligheid’

    Ons autonome zenuwstelsel treedt ook in werking bij stressprikkels: het herkent gevaar en zoekt een passende omgangsvorm. De polyvagaaltheorie, waarbij ‘poly’ staat voor ‘meer’, gaat ervan uit dat ons zenuwstelsel verschillende verdedigingsstrategieën hanteert wanneer we stress ervaren.Deze theorie is ontwikkeld door Stephen W. Porges. Het wordt ook wel ‘de wetenschap van veiligheid’ genoemd, waarmee we een verklaring hebben voor de werking van het autonome zenuwstelsel bij stress, trauma of angst (onveilig voelen).

    Polyvagaaltheorie: drie systemen bij veiligheid of onveiligheid

    We kennen allemaal de zogenoemde vecht-of-vluchtreactie (fight or flight), evenals de bevriezing (freeze). Volgens de polyvagaaltheorie kiezen we niet vrijwillig voor één van de twee reacties bij de dreiging van gevaar, maar wordt deze systematisch bepaald door ons zenuwstelsel. Kortom: het zenuwstelsel kiest wat er op een bepaald moment het best is om onze veiligheid te waarborgen.

    Er zijn volgens de polyvagaaltheorie drie systemen waar we naar kunnen handelen, die werken als een hiërarchische ladder. Eén systeem betreft een veilige situatie, twee systemen betreffen een onveilige situatie. Werkt het bovenste systeem niet? Dan ga je een traptrede omlaag. Werk het middelste systeem ook niet? Dan zak je nog een trede. Is het gevaar voorbij? Dan kun je weer een trede omhoog.

    Deze systemen bevinden zich binnen ons zenuwstelsel op verschillende plekken in het lichaam en werken ieder op een eigen manier. Hieronder vind je de benamingen van de drie systemen, waarna we verder ingaan op de precieze werking.

     1. Ventrale vagale systeem

    Treedt op als we ons veilig voelen, Social Engagement System. Dit maakt dat je sociaal kunt zijn, kunt verbinden en creatief kunt zijn

    2. Sympathisch systeem

    Treedt op als we ons (enigszins) onveilig voelen en kan een vecht-of-vluchtreactie in gang zetten

    3. Dorsale vagale systeem

    Treedt op als we ons (sterk) onveilig voelen en kan leiden tiot een bevriesreactie

    Polyvagaal theorie

    1) Bovenste systeem: Ventrale vagale systeem

    Binnen de ordening van systemen volgens de polyvagaaltheorie, wordt het bovenste systeem geregeld door de ventrale nervus vagus. De ventrale nervus vagus is onderdeel van het parasympatische zenuwstelsel (aansturing van tot rust komen, maar ook bevriezing), en loopt van het hart en de borst naar het gezicht en de kaken. Deze gezicht-hartverbinding zorgt voor de mogelijkheid tot betrokkenheid. Dit is binnen ons zenuwstelsel een relatief nieuw ontwikkeld systeem, dat niet altijd heeft bestaan in ons lichaam.

    Middels dit systeem, ook wel het Social Engagement System genoemd, kun je verbinding aangaan. Je gaat de connectie aan met anderen of met jezelf. Het lukt je om zaken op te lossen of om hulp te vragen. Dit is mogelijk als je je veilig voelt en er geen gevaar of stress aanwezig is.

    Onze aandacht is in het bovenste systeem dus gericht op verbinding. Dit organiseren we middels co-regulatie: noodzakelijk in ons leven voor troost, geruststelling en veiligheid. Co-regulatie vindt met name plaats tussen baby’s en jonge kinderen met hun ouders: het zenuwstelselsysteem is nog niet (voldoende) ontwikkeld, en kleine kinderen kunnen zichzelf niet reguleren. Een kind leert zelfregulatie via de ouder. Co-regulatie vindt ook plaats bij volwassenen: in positieve relaties met je partner, familieleden, vrienden of collega’s. Een luisterend oor, iemand die je goed aankijkt of een arm om de schouder kan veel goeds teweegbrengen.

    2) Middelste systeem: Sympathisch systeem

    Het middelste systeem wordt geregeld door activatie van het sympathische zenuwstelsel (aansturing van actie, in beweging komen). Zodra er een stressvolle situatie ontstaat (wat bij iedere persoon door iets anders kan worden getriggerd!), komen onder andere adrenaline en cortisol vrij in je lichaam. Je hartslag neemt toe en je bloeddruk verhoogt. Het sympathische zenuwstelsel stelt ons in staat om actie te ondernemen: dit is het gaspedaal van je lichaam.

    Soms is deze staat wenselijk. Het maakt bijvoorbeeld dat we kunnen rennen om snel een trein te halen. Echter kan deze staat ook optreden wanneer er een stressprikkel ontstaat op een moment dat dit voor jou niet wenselijk is. Bijvoorbeeld als je je tijdens je vrije dag druk maakt over problemen op je werk.

    Je wordt alert en voelt meer energie: je lichaam maakt zich klaar om te vechten of vluchten bij stress. In de moderne samenleving hoeven we meestal niet daadwerkelijk te vechten of vluchten, maar wel uiten we een gedragsverandering: we komen gestrest, geagiteerd of gehaast over.

    3) Onderste systeem: Dorsale vagale systeem

    Tot slot is er de onderste trede, die wordt geregeld door de dorsale nervus vagus. De dorsale nervus vagus is (net als de ventrale nervus vagus, het bovenste systeem) onderdeel van het parasympatische zenuwstelsel, en bevindt zich met name wat dieper in je lichaam, in de buik. Dit is binnen ons zenuwstelsel het oudste systeem, dat al in de oertijd heeft bestaan in ons lichaam. Het regelt tevens het rusten en verteren van voedsel, evenals de bevriezingsreactie.

    Het bewustzijn wordt uitgeschakeld in het onderste systeem, het lichaam spaart energie en het beschermt je tegen lichamelijke en psychische pijn. Het wordt gezien als een bewustzijnsverlagingsstrategie of overlevingsstrategie om te doen alsof je dood bent: het lichaam trapt volledig op de rem. Denk maar aan een gevangen muis die voor dood speelt in de bek van een kat. De muis is niet dood, maar zijn zenuwstelsel zet deze reactie in werking om de overlevingskans te vergroten.

    Je komt in dit onderste systeem terecht wanneer het middelste systeem niet voldoende effectief is volgens het zenuwstelsel. Dit gebeurt bij dreigende situaties, bijvoorbeeld wanneer je getuige bent van een ongeval. Bij trauma zie je dit als iemand dissocieert. Maar ook bij minder levensbedreigende situaties treedt dit systeem op: wanneer je een presentatie moet geven en plotseling alles bent vergeten, of wanneer je onverwachts voor het blok wordt gezet. Je bevriest.

    Schuiven tussen de systemen door het zenuwstelsel

    Nu je de drie systemen kent, is het naar de polyvagaaltheorie belangrijk om te benadrukken dat je stapsgewijs schuift tussen deze systemen. Stel dat je plotseling door collega’s voor het blok wordt gezet en bevriest: dat is het onderste systeem. Vervolgens schuif je naar het middelste systeem: je zit vol adrenaline, je bent boos op je collega’s en neemt het ze kwalijk. Wellicht uit je je irritatie. Pas daarna kun je weer terechtkomen in het bovenste systeem: je voelt je weer sociaal en veilig – al kan dat wellicht even duren.

    Systeem twee en drie: sociale verbinding is moeilijk

    Sociale verbinding is belangrijk voor de mens. We hebben het nodig om ons veilig te voelen en om stabiliteit te ervaren. Veiligheid en betrokkenheid zijn essentieel voor gezondheid, groei en herstel.

    In het eerste systeem (ventrale vagale systeem) lukt het om sociale verbinding plaats te laten vinden. In het tweede en derde systeem (sympathisch systeem en dorsale vagale systeem) zijn we die verbinding echter kwijt, omdat het risico om verbinding aan te gaan te groot is. Het is moeilijk om contact te zoeken of om hulp te vragen, en de mensen om je heen komen bedreigend op je over. Daarom is het nadelig om je (vaak) in de onderste twee systemen te bevinden. Je mist de sociale verbinding, terwijl deze juist zo essentieel is in ons leven.

    Reactie op stress of trauma: per persoon verschillend

    In de polyvagaaltheorie wordt benadrukt dat de reactie op stress of trauma per persoon verschillend is. Allereerst verschilt de inhoud van een trauma of stressvolle situatie voor iedereen. Waar de één na een ongemakkelijke ontmoeting met een nieuwe kennis voortaan vreest voor het leren kennen van nieuwe mensen, denkt de ander daar nooit meer over na.

    Verder kies je onvrijwillig voor een bepaalde reactie binnen de systemen die we hierboven beschreven: het zenuwstelsel bepaalt dit voor jou. Je kiest dus niet bewust voor een mobiliserende vecht-of-vluchtreactie of juist een immobiliserende bevriesreactie bij stress of onveiligheid. Hier heb je zelfs geen invloed op. Nog voordat je bewust kunt redeneren over een bepaalde reactie, heeft je zenuwstelsel al gehandeld door een inschatting te maken van het mogelijke gevaar. Bij sommige mensen creëert een trigger vanuit de omgeving een vecht-of-vluchtreactie, maar andere mensen bevriezen door diezelfde trigger.

    Vanuit welk systeem je zenuwstelsel reguleert bij bepaalde situaties, wordt gedurende ons leven ingericht. Soms al op jonge leeftijd. Door vroegkinderlijk trauma of een gebrek aan co-regulatie (iets aangedaan of verwaarlozing) schiet iemand gedurende de rest van het leven snel in systeem twee of drie: de houding om te vechten of vluchten, of te bevriezen. Ook trauma of langdurige stress op latere leeftijd heeft een negatieve invloed: het zenuwstelsel staat alerter afgesteld, en schiet sneller in systeem twee of drie. Gevaar wordt bij triggers sneller (soms te snel) gedetecteerd en overlevingsresponsen worden sneller (soms te snel) geactiveerd.

    In het dagelijks leven: hevigere reacties op stress dan nodig

    Trauma, langdurige stress of een gebrek aan co-regulatie maakt dus dat ons lichaam sneller overschakelt naar een systeem voor een onveilige situatie. Echter kan dit ook optreden zonder zoiets te hebben meegemaakt. Ons lichaam reageert op stress: dit is een oeroud systeem. Maar waar er in de oertijd nog reële gevaren waren waartegen we echt moesten vechten, vluchten of bevriezen, is dat in de moderne samenleving nog maar nauwelijks het geval. Toch handelt ons zenuwstelsel nog altijd snel en heftig op stressvolle situaties – ook als deze niet levensbedreigend zijn. Dit gebeurt nu eenmaal onvrijwillig en onbewust: zo’n grote invloed oefent het zenuwstelsel uit op jouw gevoelens en gedrag.

    Die intense lichamelijke reactie vanuit het zenuwstelsel kan erg vervelend zijn in het dagelijks leven. Zo kan de vecht-of-vluchtreactie al optreden als je een mailtje krijgt van je baas of als je partner iets onaardigs zegt. Er is geen wezenlijk gevaar, maar je lichaam reageert wel op deze manier. Dit maakt het vervolgens weer moeilijk om sociale verbinding aan te gaan, wat je somber kan maken.

    Polyvagaaltheorie: visie bij behandeling door een psycholoog

    Ben je benieuwd welke rol de polyvagaaltheorie kan spelen in een behandeling door de psycholoog? Bij verschillende klachten kan de visie van deze theorie een rol spelen, waaronder stress of burn-out, angst, trauma en depressie. Maar ook wanneer je niet goed in je vel zit of het idee hebt dat je vastloopt in het leven. Bij psychologenpraktijk BrainNetwork werken we bij bepaalde klachten vanuit de  visie van de polyvagaaltheorie.

    Het hanteren van deze visie werkt op verschillende manieren. Zo wordt in de polyvagaaltheorie vooropgesteld dat een gevoel van veiligheid cruciaal is voor genezingsprocessen, evenals het leiden van een prettig en gezond leven. Co-regulatie en verbinding spelen hierin een hoofdrol. Het ontbreken van dit veiligheidsgevoel, en daarbij een gebrek aan het verkeren in het bovenste systeem (ventrale vagale systeem), kan leiden tot psychische aandoeningen en lichamelijke ziekten.

    Hier wordt door de polyvagaaltheorie gehoor aan gegeven: de behoefte aan een veiligheidsgevoel wordt in acht genomen, zoals ook door de psychologen bij BrainNetwork wordt gedaan in de behandeling. We kunnen je helpen om op de juiste manier op zoek te gaan naar een gevoel van veiligheid. Zo kunnen we aan de slag gaan met het leren van co-reguleren, mocht dit bij jou niet goed zijn ontwikkeld in je jonge jaren. Binnen de veilige therapeutische relatie kun je hierin groeien. Tevens vinden we het belangrijk om in onze praktijkruimte een veilige omgeving te creëren.

    Verder biedt de polyvagaaltheorie een verklaring voor de werking van ons autonome zenuwstelsel bij stress of burn-out, angst, trauma en depressie. Deze inzichten kunnen worden toegepast tijdens een behandeling. Zo kunnen we onderzoeken welke responspatronen er bij jou optreden, en op welk moment. De patronen kunnen bijvoorbeeld optreden bij ervaringen van niet-vertrouwen of triggers voor traumatische gebeurtenissen in het verleden. Het herkennen van de patronen in het verloop van de drie systemen geeft belangrijke inzichten over jezelf, wat jouw triggers zijn en de manier waarop je met triggers omgaat.

    Met oefeningen en opdrachten lukt het je stukje bij beetje om de patronen die optreden te veranderen: we creëren nieuwe patronen van veiligheid en verbinding, die het gevoel van onveiligheid vervangen. Hier ligt de focus juist op het invullen wat jou weer in het positieve, veilige systeem brengt. Dit lukt bijvoorbeeld door zelfregulatie: rustig en vanuit de buik ademhalen of meditatie. Maar ook biofeedback en neurofeedback kunnen hier goed bij helpen. Ook co-regulatie binnen voedende relaties werkt, zoals (leren om te durven vragen naar) een goed gesprek of een knuffel van een dierbare. Wat het best werkt, ligt voor iedereen weer anders – en kunnen we achterhalen.

    Het wordt tijdens en na de behandeling steeds makkelijker om in verschillende situaties terug te schakelen naar het bovenste, veilige systeem. Je gevoel van continue alertheid neemt af en je kunt weer tot rust komen (afstappen van systeem twee); of je komt juist weer in een flow terecht en hebt niet langer het idee dat je stilstaat (afstappen van systeem drie). Dit maakt dat je je leven op een betere manier kunt inrichten, en dat je je socialer, creatiever, vrijer, optimistischer en veerkrachtiger voelt.

    Meer over de Polyvagaaltheorie

    In onderstaande animatiefilmpje van Mindmadeeasy wordt in 6 minuten uitgelegd hoe de Polyvagaal Theorie in elkaar steekt.

    Heb je vragen over de polyvagaaltheorie of wil je weten hoe we dit toepassen in onze behandelingen? Neem direct contact op of lees in onze psychologie blog meer over onze behandelingen:

    • Wat te doen bij een paniekaanval
      Iedereen is wel eens bang of angstig. Angst is een natuurlijke reactie of dreiging of gevaar, en helpt ons uit gevaarlijke situaties […]
    • Het ontstaan van Neurofeedback
      Neurofeedback is een opkomende en “nieuwe” behandeling, maar gaat eigenlijk al terug tot ongeveer 1960. De geschiedenis aan onderzoekers in dit veld […]
    • Wanneer ga je naar een psycholoog?
      Misschien heb je er wel wat van meegekregen: de lange wachttijden bij de geestelijke gezondheidszorg. Veel meer mensen kiezen er tegenwoordig voor […]
    • Wat is Neurofeedback?
      Als we het simpel proberen uit te leggen: Neurofeedback is een training voor je brein. Verschillende delen van je brein communiceren continu […]
    • De waarde van Biofeedback
      Psychische klachten uiten zich bijna altijd ook in lichamelijke klachten. Soms is die link tussen psychische klachten lichamelijke klachten duidelijk, soms ook […]
    • Wat is polyvagaaltheorie? Rol van ons zenuwstelsel bij stress & trauma
      Wellicht heb je er al eens van gehoord: de polyvagaaltheorie. Deze theorie gaat ervan uit dat ons zenuwstelsel meerdere verdedigingsstrategieën hanteert wanneer […]
    Corona student

    Gevolgen van thuiszitten door corona: de ervaring van een student

    Sinds het begin van de pandemie, die inmiddels al zo ongeveer 2 jaar geleden begonnen is, zijn er strenge maatregelen getroffen, maar ook versoepeld, en andersom. Een groep die echter getroffen blijft door maatregelen zijn de studenten. Voor het grootste deel van deze twee jaar zijn de hogescholen en universiteiten gesloten. Bij studenten ligt het risico op problemen met geestelijke gezondheid al erg hoog, maar nu nog hoger. Wat zijn de dingen waar studenten vooral tegenaan lopen sinds de pandemie? En wat kun je zelf doen om het hoofd boven water te houden? Ik, Wieteke Veenstra (werkend bij psychologenpraktijk BrainNetwork als office assistent, maar ook full-time student) probeer in dit blog inzicht te geven in deze punten. 

    Als gevolg van het sluiten van hogescholen en universiteiten, zijn studenten op hogescholen en universiteiten nu aardig aangepast aan het online-onderwijs. Dit wordt vaak gevolgd vanuit de eigen slaapkamer. Het lange thuiszitten met als gevolg weinig daglicht en minder sociaal contact, kan een grote impact hebben op fysiek en sociaal welbevinden. Jongeren zijn door dat gevoel van eenzaamheid sneller geneigd zich te wenden tot sociale media, al versterken die vaak juist de problemen (Nagata et al., 2020). 

    Maar waarom is het van belang dat specifiek studenten onder de aandacht worden gebracht? Studenten zijn namelijk überhaupt al meer kwetsbaar voor het ontwikkelen van geestelijke gezondheidsproblemen. In de leeftijdscategorie van 18 t/m 25 jaar ervaart 11% (iets meer dan 1 op de 10 jongeren dus) geestelijke gezondheidsproblemen. In verhouding ervaren jongvolwassenen ook meer depressieve klachten in vergelijking met andere leeftijdsgroepen (Schoemaker et al., 2019). Daarnaast laat onderzoek zien dat 25% van ondervraagde studenten burn-outklachten heeft, welke zich uiten in emotionele uitputting. Prestatiedruk bij studenten is hierin een belangrijke factor (Schaufeli & Dierendonck, 2000).

    Mijn eigen ervaring

    Concentratieproblemen

    Zelf ervaar ik vooral veel concentratieproblemen. Het was met name op het begin erg lastig om de switch te maken van je slaapkamer en ontspanningsplek, naar voornamelijk je werkplek. Ik vond het daarom vaak ook lastig om ‘s avonds in slaap te komen, omdat mijn slaapkamer in verband stond met werken, en niet met ontspannen. Meer studenten ervaren dit probleem, waardoor de studieplekken op school en in bibliotheken al snel vol zitten.

    Nieuws en media

    Ook merkte ik dat ik een overprikkeld raakte door de informatie op het nieuws; Ik raakte sneller geïrriteerd en emotioneel. Elke dag zag ik artikelen met het aantal doden en de vele  mensen op de Intensive Care. Er was geen ontkomen aan. De nieuwsplatforms maakten mij ook erg neerslachtig. Met name artikelen die voorspellingen deden over het ontwikkelen van corona zorgden ervoor dat ik mijn hoop op een goede uitkomst verloor. 

    Sociale angst

    Nog iets wat ik anders ervaar dan ik voor corona deed, is dat ik meer sociale angst heb bij de simpelste dingen. Wanneer je mensen ontmoet weet je gewoonweg niet hoe je je moet gedragen: hou je 1,5 meter afstand? Of geef je iemand een hand? Knuffel je die ene vriendin die je al lang niet hebt gezien? Of toch niet? Iedereen lijkt andere regels te hanteren: er is geen duidelijke sociale norm. Wanneer jouw ideeën verschillen van die van een ander voel jij of de ander zich misschien slecht beoordeeld, of gekwetst. Al die onzekerheid heeft voor mij geleid tot meer angst bij sociale situaties

    Fear Of Missing Out (FOMO)

    Wat bij mij nog het meest aanwezig was, was Fear Of Missing Out (FOMO). Ik had altijd een heel beeld in mijn hoofd over hoe mijn studententijd zou zijn: feesten, misschien op kamers, vrienden maken, hoorcolleges in grote zalen en eindelijk kunnen leren over de dingen die je écht interessant vind. Hier heb ik 6 maanden van kunnen proeven, en in juli studeer ik af van mijn bachelor psychologie. De echte studenten tijd die altijd wordt omschreven als ‘de beste jaren van je leven’ hebben ik (en daarmee veel anderen) dus gemist. Dit veranderde ook mijn motivatie voor en het plezier in mijn studie. Het voelde alsof ik een paar jaar van mijn leven had verspild.

    Anderen
    Ik merk dat de dingen waar verschillende studenten tegenaan lopen in deze tijd heel erg met elkaar overeenkomen. Mensen om mij heen noemen bijvoorbeeld ook het gevoel van verloren tijd, omdat we in deze tijd ons zouden moeten ontwikkelen op veel gebieden. Maar daarnaast vertellen zij ook nog dat schoolactiviteiten (bijvoorbeeld bij meer praktijkgerichte studies) niet doorgaan. Daarbij zeggen zij ook minder sociaal contact te hebben door het verdwijnen van contact met klasgenootjes.
    Iets waar vrijwel iedereen slecht over te spreken is, is het online onderwijs an sich. De lessen zijn saai en het is moeilijk de aandacht erbij te houden. Soms leidt dit gebrek aan concentratie ook tot studievertraging.
    Studenten raken ook vermoeid. Buiten de studie heb je in de weekenden ontspanning nodig, wat vaak wordt gehaald uit uitstapjes (dagje winkelen, lunchen, uitgaan etc.). Dit type ontspanning is nu niet meer (of minder) mogelijk. De stress bouwt alleen maar verder op.

    Corona student

    Wat heeft mij geholpen?

    Informatiestroom verminderen

    Het allereerste wat ik heb gedaan toen ik mij slechter ging voelen door alle corona-maatregelen, is de nieuws-apps op mijn telefoon verwijderen. Ook ontvolgde ik alle nieuws platforms op social media. De stroom aan negatieve informatie stopte en ik had meer rust in mijn hoofd. Het lukte mij makkelijker om negatieve gedachten tegen te spreken en de nare gevoelens om te zetten in meer positieve gevoelens. Sowieso zou ik aanraden om je social media in te perken tot berichten die je positieve gevoelens laten ervaren, en weg te blijven van platforms die angst zaaien of onzekerheid in je oproepen.

    Mindset

    Ik merkte naar loop van tijd eigenlijk dat het allemaal een kwestie van mindset was. Ik leerde mijn plekje te vinden in een wereld die veranderd was en stelde nieuwe doelen voor mezelf. Ik heb bijvoorbeeld in het begin het doel gesteld om meer te wandelen, waarbij ik ook meer in de natuur was. Later focuste ik meer op doelen qua fitness en ik leerde om nieuwe, gezonde dingen te koken. Mindfulness is ook iets wat ik veel om mij heen hoor en ik zelf ook probeer toe te passen in de dagelijkse dingen. Dit kan bijvoorbeeld meditatie zijn, of alleen al ademhalingsoefeningen, of bijvoorbeeld een boek lezen over mindfulness. Mindfulness heeft mij vooral geholpen bij het omzetten van mijn mindset en geleerd hoe ik meer dankbaar kan zijn voor de kleine dingen.

    Ritme

    Ook helpt het om in deze chaotische tijd zelf je eigen ritme te vinden. Waar normaal school of werk je ritme gaf, is dat nu misschien weggevallen. Af en toe een weekplanning maken helpt mij om overzicht te houden, of bijvoorbeeld een regelmatig slaapritme voor jezelf aanhouden. Ik probeer bijvoorbeeld ‘s ochtends vaste sportmomenten in te plannen, waarmee ik mijn dag begin, of om een vaste tijd te beginnen met studeren.

    Studeren
    Dan het concentratieprobleem, al is die niet volledig op te lossen. Waar mogelijk probeer ik te studeren op een andere plek dan mijn slaapkamer, bijvoorbeeld een keer op school of in een koffietentje. Verder proberen wij thuis goed met elkaar te communiceren. Wij overleggen bijvoorbeeld wie wanneer een online meeting heeft, of wanneer je even extra concentratie nodig hebt.  Op deze manier proberen wij thuis zoveel mogelijk rekening met elkaar te houden. Dit stukje communicatie is ook iets wat je kan helpen bij het eerder genoemde probleem van sociale angst. Probeer mensen bijvoorbeeld gewoon te vragen : mag ik jou een hand geven? Of geef het gewoon aan wanneer je dit liever niet doet.

    Slot
    Al met al zijn de studenten een groep die meer kwetsbaar is voor het ontwikkelen van problemen met geestelijke gezondheid. Door de corona maatregelen van de afgelopen twee jaar zijn de risico’s nog meer gestegen. Helaas hebben we geen invloed op de buitenwereld, maar waar mogelijk kunnen we wel denken in oplossingen voor de dingen waar we tegenaan lopen. In deze blog heb ik verschillende dingen genoemd die mij hebben geholpen om deze lastige tijd om te zetten in iets beters. Misschien heb jij er als lezer zelf iets aan, of kun je iemand in je omgeving op ideeën brengen. Hoe dan ook wil ik deze boodschap meegeven: focus niet op de dingen waar je allemaal geen invloed op hebt, maar kijk eens naar alles wat je wél kunt doen.

    Literatuur:

    Nagata J.M., Abdel Magid H.S., Gabriel K.P. Screen time for children and adolescents during the COVID-19 pandemic. Obesity (Silver Spring) 2020;28:1582–1583.

     Schaufeli W & Dierendonck D van (1981, 2000). Utrechtse burn-out schaal: handleiding. Amsterdam: Pearson Assessment and Information BV.) 

    Schoemaker, C., Kleinjan, M., Van der Borg, W., Busch, M., Muntinga, M., Nuijen, J., & Dedding, C. (2019). Mentale gezondheid van jongeren: enkele cijfers en ervaringen.

    Thakur, A. (2020). Mental health in high school students at the time of COVID-19: A student’s perspective. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry, 59(12), 1309.

    Zit jij niet goed in je vel of heb je andere klachten? Onze psychologen kunnen we je hierbij helpen. Neem vrijblijvend contact met ons op om de mogelijkheden te bespreken.

    Lees in onze onze Psychologie Blog meer interessante artikelen

        Perfectionisme

        Wanneer perfectionisme ongezond wordt: kenmerken, klachten en oplossingen

        Je wilt jezelf bewijzen en je wilt presteren: dit lijkt je leven beter te maken. Fouten maken? Daar is geen ruimte voor! En als er dan toch een keer iets misgaat, neem je het jezelf enorm kwalijk. Als je jezelf hierin herkent, is er een grote kans dat je perfectionistisch bent. Pas op dat je er niet in doorslaat: in dit artikel leggen we uit waarom perfectionisme gevaarlijk kan zijn én wat je eraan kunt doen.

        Wat is perfectionisme?

        We willen allereerst antwoord geven op de vraag: wat is perfectionisme nu precies? Het gaat om een denkwijze die is gestoeld op het stellen van hoge standaarden. Dit baseren we zowel op onze identiteit (wie we zijn) als onze prestaties (wat we doen). We vinden het belangrijk om alles perfect te doen en vooral geen fouten te maken. We willen onszelf bewijzen, om goedkeuring te krijgen of erbij te horen. Uit angst voor falen, willen we zoveel mogelijk de controle behouden en voelen we ons verantwoordelijk voor wat er om ons heen gebeurt, ook als we dit eigenlijk niet in eigen handen hebben.

        Al gauw stellen we onhaalbare eisen aan onszelf door perfectionistisch te zijn. Voor ons gevoel doen we het namelijk nooit goed genoeg. We zijn enorm streng voor onszelf. Fouten zijn niet toegestaan, want alles moet perfect gaan zodat we ons nergens voor hoeven te schamen. Gaat er toch iets mis? Dan voldoen we niet aan de verwachting, en nemen we het onszelf enorm kwalijk.

        Perfectionisme lijkt goed, maar dat is het niet altijd

        Veel mensen denken in eerste instantie dat perfectionisme iets goeds is, omdat het bevlogenheid en betrokkenheid toont. Het wordt dan ook wel genoemd als positieve eigenschap, tijdens een sollicitatiegesprek bijvoorbeeld. Er zit echter een dunne lijn tussen positieve bevlogenheid en te ver gaan in deze bevlogenheid. Kijk hieronder maar eens naar de positieve én negatieve eigenschappen van perfectionisme.

        Positief aan perfectionisme:

        –   Doorzetten

        –   Proactief zijn

        –   Loyaal zijn

        –   Betrokken zijn

        –   Betrouwbaar zijn

        –   Doelgericht zijn

        –   Detailgericht zijn

        –   Gestructureerd zijn

        Negatief aan perfectionisme:

        –   Nooit tevreden zijn

        –   Inefficiënt zijn

        –   Moeite hebben met loslaten

        –   Starheid tonen

        –   Zwart-wit-denken

        –   Doemdenken

        –   Uitstellen

        –   Vermijden

        Perfectionisme kan een zelfvernietigende eigenschap zijn, als je er te ver in gaat. Hier is sprake van als je te hoge, onrealistische standaarden stelt. Je kunt er al snel in doorslaan, wat maakt dat je de teugels te stevig vasthoudt en maar weinig vrijheid ervaart in het leven. Nog erger: perfectionisme kan verschillende negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid, waar we verderop in dit artikel meer over toelichten.

        Perfectionisme blog

        Drie soorten perfectionisme

        Hewitt en Flett hebben in een bekend onderzoek uit 1991 gesteld dat er drie soorten perfectionisme te onderscheiden zijn. In dit artikel gaan we met name in op de eerste en derde soort.

        –   Perfectionisme gericht op jezelf (interne druk). Je stelt onrealistisch hoge standaarden aan jezelf. Je bent kritisch naar jezelf, concentreert je op tekortkomingen en hebt moeite met het accepteren van je eigen fouten.

        –   Perfectionisme gericht op anderen. Je stelt onrealistisch hoge standaarden aan anderen. Je wilt dat anderen perfect zijn en beoordeelt het gedrag van anderen op strenge wijze.

        –   Sociaal voorgeschreven perfectionisme (externe druk). Deze vorm van perfectionisme betreft de overtuiging dat je moet voldoen aan de hoge standaarden van anderen. Je hebt het idee dat mensen om je heen onrealistische verwachtingen van jou hebben, je streng beoordelen en druk op je uitoefenen om perfect te zijn. Dit kan daadwerkelijk zo zijn, maar ook vaak dénken we dat dit het geval is, terwijl het in werkelijkheid helemaal niet zo blijkt te zijn.

        Perfectionisme en de prestatiemaatschappij

        We leven in een prestatiemaatschappij en een marktgedreven samenleving, waarin we steeds maar meer willen en beter willen worden. We willen een goede baan, een groot huis, dure kleding, een mooie auto, een grote vriendengroep en een goed lichaam. Eigenlijk moet alles tiptop in orde zijn. Dit zorgt ervoor dat perfectionisme in opkomst is – met name de laatste vorm in de hierboven genoemde drie soorten: sociaal voorgeschreven perfectionisme.

        Perfectionisme komt steeds vaker voor en vaak ook al op jonge leeftijd, bij kinderen. We krijgen immers al op jonge leeftijd opgelegd dat we alles goed moeten doen, waardoor we al snel een hekel krijgen aan fouten maken. Onze omgeving verwacht vaak veel van ons en is niet bang om te oordelen. Ook social media hebben een grote invloed: iedere dag zien we hier weer beelden van mensen die een perfect leven lijken te leiden. Hier willen we zelf ook aan voldoen, want anders zijn we niet interessant genoeg.

        Hoe herken je perfectionisme?

        Hoe weet je nu of jij last hebt van perfectionisme? Bijna iedereen doet zijn of haar best en werkt hard, en vrijwel niemand vindt het leuk om fouten te maken. Maar maakt dat je direct (te) perfectionistisch?

        Het draait met name om je mindset, waaruit blijkt dat je te hoge standaarden aan jezelf stelt. De volgende kenmerken kunnen duiden op perfectionisme:

        –   Je moet veel van jezelf. Elke dag keihard werken, drie keer per week sporten, wekelijks verschillende vrienden opzoeken. Het moet allemaal gebeuren, en je wilt het liefst geen afspraken missen – ook als je er geen zin in hebt. Aan ontspanning kom je nauwelijks toe, dat heeft geen prioriteit.

        –   Je vindt jezelf nooit goed genoeg. Hoewel je al zoveel moet van jezelf, is het nooit goed genoeg. Je hebt het gevoel dat het altijd beter kan en je legt de lat steeds hoger, ook als anderen aangeven dat het wel goed genoeg is.

        –   Je gaat vaak over je grenzen heen. Je hebt het idee altijd door te moeten zetten. Opgeven is geen optie, zelfs als je dat eigenlijk liever zou doen. Het maakt dat je vaak over je grenzen heengaat, omdat je geen ‘nee’ durft te verkopen.

        –   Je piekert regelmatig. Perfectionisten zijn vaak grote twijfelkonten en piekeraars. Zit het wel goed met je relatie, werk, sociale contacten en uiterlijk? Het kan leiden tot besluiteloosheid.

        –   Je bent vaak op zoek naar bevestiging van anderen. Je hebt veel goedkeuring nodig van bijvoorbeeld je partner, vrienden en collega’s. Pas dan heb je weer wat meer vertrouwen in jezelf, als het al lukt om een compliment aan te nemen.

        –   Je bent bang voor afwijzing. Je voelt je minderwaardig en bent bang om te worden afgewezen. Negatieve feedback van anderen versterkt dit gevoel.

        –   Je laat niet alles van jezelf zien. Om potentieel gevaar of een fout te voorkomen, laat je niet alles van jezelf zien. Je houdt de schijn liever op dan dat je zegt hoe je je echt voelt. Ook geef je niet altijd je mening, uit angst om iets geks te zeggen.

        –   Je wilt geen hulp vragen. Hoewel je hulp soms best goed zou kunnen gebruiken, laat je het liever om ernaar te vragen. Dit voelt namelijk als falen.

        Omgaan met fouten maken

        Je kunt bij perfectionisme herkennen verder kijken naar de manier waarop je omgaat met fouten. Stel je krijgt een tegenvallende beoordeling, op school of werk. Denk je dan: ‘Erg jammer, maar dat kan een keer gebeuren. Ik ben nog steeds een goed mens.’ Of denk je: ‘Ik heb enorm gefaald en ik ben niet goed genoeg in wat ik doe. Ik ben niet de moeite waard.’ Het tweede antwoord is een perfectionistische denkwijze. Zeker als je dit al denkt bij kleine, niet-kritieke fouten, is hier sprake van.

        Je hebt een onrealistisch kritische kijk op jezelf bij perfectionisme. Je rekent het jezelf enorm zwaar aan als je een fout maakt, en je schaamt je diep. Hieruit blijkt ook dat er een link is tussen perfectionisme en faalangst, waarin zelfkritiek en zelftwijfel een grote rol spelen. Er kunnen heftige emoties optreden: je bent boos op jezelf als er iets fout gaat, waarbij je meestal lang teleurgesteld blijft of zelfs helemaal in de put kunt raken. Fouten kun je dus moeilijk loslaten. Verder probeer je falen te voorkomen, door heel hard je best te doen en alles vooraf te calculeren. Dit kan er ook voor zorgen dat je sneller opgeeft of iets gaat vermijden, als er een kans op een fout dreigt te ontstaan.

        Perfectionisme

        Negatieve gevolgen van perfectionisme

        Perfectionisme kan negatieve gevolgen hebben, met name voor de gezondheid. Door jezelf altijd maar te willen bewijzen, ervaar je stress. Perfectionisme maakt dat je te veel stress of chronische stress ervaart. Dit heeft meer invloed op je lichaam dan je misschien zou denken.

        Het kan nog erger worden als je blijft toegeven aan het leiden van een zo perfect mogelijk bestaan met onrealistische eisen. Verschillende lichamelijke klachten worden gekoppeld aan perfectionistische neigingen, waaronder chronische vermoeidheid, chronische hoofdpijn, een verstoorde spijsvertering, nek- en rugklachten en slapeloosheid. Ook veel klinische problemen worden hieraan gekoppeld. Dit zijn onder andere burn-out, depressie, angsten, dwangstoornissen, eetstoornissen, persoonlijkheidsstoornissen en zelfbeschadiging. Hoe erger perfectionisme is, hoe groter de kans op een of meerdere klachten wordt.

        Dit vormt de belangrijke reden om perfectionisme te signaleren en aan te pakken. Je kunt de bovenstaande klachten het best voorkomen, of anders snel in actie komen als je last ervaart door perfectionisme.

        Hoe kun je perfectionisme loslaten?

        Minder perfectionistisch zijn, is de oplossing om af te komen van de druk die je voelt of de klachten die je ervaart. Maar hoe doe je dat? Het is niet eenvoudig, omdat perfectionisme diepgeworteld zit. Toch is het mogelijk! Er zijn verschillende stappen die je kunt zetten, die we hieronder benoemen.

        Van perfectionist naar optimalist

        Ben je bang dat je niet meer genoeg kunt bereiken door je perfectionistische kant los te laten? Dat hoeft gelukkig niet zo te zijn. Verander van een perfectionist in een optimalist! De optimalist werkt met plezier en passie, streeft naar een goed resultaat en doet zijn of haar best, maar ziet het maken van fouten niet als falen en accepteert dat er iets mis kan gaan. De optimalist durft uitdagingen aan te gaan en leert van fouten. Dat is een gezonder uitgangspunt dan dat van de perfectionist.

        Realiseer je dat doorslaan in perfectionisme niet goed is

        Als je je er bewust van bent dat perfectionisme niet goed is, kan het lukken om minder perfectionistisch te zijn. Indien je te veel verantwoordelijkheid voelt en te hoge verwachtingen stelt, laat je je perfectionistische kant te vaak spreken. Realiseer je dat je aan jezelf voorbij rent en dat je je eigen grenzen negeert. Realiseer je dat je te kritisch bent en onrealistische doelen stelt. Realiseer je dat perfectionisme zelfvernietigend is. Zo is het ineens helemaal niet meer zo aantrekkelijk om perfectionistisch te zijn.

        Liever en zachter zijn voor jezelf

        Nu je je realiseert dat perfectionisme niet goed is, kun je je focussen op liever en zachter zijn voor jezelf. Je hoeft de lat niet steeds maar hoger te leggen. Rem liever af als je ergens geen zin in hebt of als je lichaam een grens aangeeft. Draaf niet steeds door, maar pak vaker momenten van rust.

        Liever zijn voor jezelf uit zich niet alleen in acties, maar ook in gedachten. Denk positiever over jezelf. Vertel jezelf dat je er mag zijn, dat je jezelf accepteert, dat je goed je best doet en dat dat voldoende is. Kijk naar je kwaliteiten en niet naar je minpunten. Zo zet je jezelf weer op de eerste plaats, in plaats van perfectionisme en onhaalbare standaarden. Je gaat weer van jezelf houden en je zelfvertrouwen neemt toe. Jij bent het waard!

        Imperfectie leren omarmen: fouten maken mag!

        We maken allemaal fouten. Dat is menselijk. Een belangrijke stap in het proces om minder perfectionistisch te worden, is het leren omarmen van imperfecties. Je mag gewoon fouten maken, daar hoef je niet bang voor te zijn. Sterker nog, hier kun je zelfs veel van leren. Zo word je door het maken van fouten uiteindelijk alleen maar beter in wat je doet, zowel persoonlijk als professioneel gezien. Je kunt dus juist groeien door minder perfectionistisch te zijn – iets wat je in eerste instantie misschien niet had verwacht! Neem het jezelf niet kwalijk als je fouten maakt, maar vertel jezelf dat fouten er mogen zijn én dat jij er mag zijn.

        Zeg dit tegen jezelf, maar ook bijvoorbeeld als ouder tegen je kind. Laat blijken dat je trots bent op de moeite die je kind ergens in heeft gestoken, ook als het niet heeft uitgepakt zoals de verwachting was.

        Luister naar wat jíj belangrijk vindt

        We zijn gevoelig voor de verwachtingen van anderen, of de verwachtingen waarvan we dénken dat anderen ze van ons hebben. Laat dit los, zodat je minder druk gaat ervaren en de regie over je leven terugkrijgt. Ga na wat er echt belangrijk is voor jou. Luister naar je gevoel en intuïtie: laat je hart spreken! Zo kom je meer in de buurt van wat je wilt, in plaats van wat je moet. Als jij minder wilt gaan werken, je huis minder vaak wilt poetsen, maar eens in de drie jaar op vakantie wilt gaan of in een kleinere woning wilt gaan wonen, is dat helemaal goed. Probeer dit los te koppelen van verwachtingen van anderen. Dit is immers jouw leven: jij hebt de touwtjes in handen.

        Durf om hulp te vragen

        Hoe moeilijk het in eerste instantie ook voor je is, durf om hulp te vragen. Of het nu van een familielid, vriend of collega is. Je hoeft niet altijd maar alles zelf op te lossen.

        Behandeling bij perfectionisme bij een psycholoog

        Lukt het je niet om perfectionisme te verminderen en blijf je druk of klachten ervaren? Dan kan een psycholoog je helpen. Bij psychologie praktijk BrainNetwork helpen we je hier graag bij. Cognitieve gedragstherapie (CGT) kan effectief zijn, waarbij je meer inzicht krijgt in je gedrag, denkpatronen en gevoelens. Met Acceptance and Commitment Therapy (ACT) kunnen we je helpen om je persoonlijke veerkracht te ontwikkelen, en zo bereidheid te creëren om perfectionisme aan te pakken. Neem vrijblijvend contact met ons op om de mogelijkheden te bespreken. Altijd staat een persoonlijke en geïntegreerde aanpak centraal in onze praktijk.

        Je leert tijdens een behandeling bij perfectionisme om minder resultaatgericht te zijn, minder de controle te willen behouden, meer fouten te durven maken en de fouten los te durven laten. Sterke emoties bij het maken van fouten nemen af. Je leert om meer afstand te nemen en te zien dat imperfecties niet problematisch zijn. Dit helpt je om zaken vanuit een ander, realistischer perspectief te bekijken, om uiteindelijk de lat te verlagen, minder kritisch naar jezelf te zijn en jezelf meer te waarderen.

        Je komt hiermee dichter tot jezelf! Wat wil jíj maken van je leven, wat is voor jou belangrijk? Hier krijg je een duidelijker inzicht in. Door dit helder te hebben en hieraan te werken, zet je perfectionisme om in gezonde inspanning – en voorkom je dat je (opnieuw) doorslaat in perfectionisme.

        In onze Psychologie Blog vind je meer interessante artikelen