Overprikkeling

Overprikkeling: Een klacht met grote gevolgen

In onze samenleving worden steeds meer mensen geconfronteerd met overprikkeling. Dit verschijnsel kan voorkomen bij verschillende aandoeningen en situaties, zoals o.a. bij niet-aangeboren hersenletsel (NAH), burn-out, PTSS, autisme. Ondanks de grote impact die overprikkeling kan hebben op het dagelijks functioneren, wordt het vaak onderschat of niet goed begrepen door de omgeving.

Wat is overprikkeling?

Overprikkeling ontstaat wanneer de hersenen meer informatie moeten verwerken dan ze aankunnen. Dit kan leiden tot een breed scala aan symptomen, zoals:

– Vermoeidheid

– Concentratieproblemen

– Hoofdpijn

– Geïrriteerdheid

– Angstgevoelens

Overprikkeling

Overprikkeling bij Niet-Aangeboren Hersenletsel (NAH)

Mensen met NAH, zoals na een hersenschudding of beroerte, ervaren vaak overprikkeling. Hun hersenen hebben schade opgelopen en kunnen daardoor minder goed omgaan met externe stimuli zoals licht, geluid, en drukte. Dit maakt het voor hen moeilijk om dagelijkse taken uit te voeren en sociale activiteiten te ondernemen.

Burn-out en Overprikkeling

Bij een burn-out zijn de hersenen langdurig blootgesteld aan stress, wat leidt tot uitputting en overprikkeling. Mensen in een burn-out fase kunnen extreem gevoelig worden voor prikkels en hebben vaak moeite om zich te concentreren of te ontspannen. Dit maakt het herstelproces uitdagend en vereist vaak een langdurige aanpak.

Het Onbegrip van de Omgeving

Een van de grootste uitdagingen voor mensen die lijden aan overprikkeling is het onbegrip van hun omgeving. Omdat overprikkeling niet altijd zichtbaar is, kunnen collega’s, vrienden, en familieleden het moeilijk vinden om te begrijpen wat de persoon doormaakt. Dit kan leiden tot frustratie en een gevoel van isolatie bij degene die lijdt aan overprikkeling.

Wat kun je doen als je last hebt van overprikkeling?

Hoewel overprikkeling een complexe en uitdagende situatie kan zijn, zijn er verschillende strategieën die kunnen helpen om ermee om te gaan:

Rust en Herstel: Zorg voor voldoende rust en geef jezelf de tijd om te herstellen van prikkels. Dit kan betekenen dat je regelmatig pauzes neemt en je terugtrekt in een rustige omgeving.

Stimuli Beperken: Vermijd overmatige blootstelling aan licht, geluid en drukte. Dit kan betekenen dat je gebruik maakt van oordoppen, een zonnebril draagt, of rustige plekken opzoekt.

Structuur en Routine: Een duidelijke dagindeling en routine kunnen helpen om voorspelbaarheid te creëren en de hoeveelheid prikkels te beheersen.

Mindfulness en Ontspanningstechnieken: Technieken zoals meditatie, ademhalingsoefeningen en yoga kunnen helpen om de geest te kalmeren en beter om te gaan met prikkels.

Communicatie: Wees open over je situatie met je omgeving. Leg uit wat overprikkeling is en hoe het jou beïnvloedt, zodat anderen beter begrijpen wat je doormaakt en hoe ze je kunnen ondersteunen.

Professionele Hulp: Overweeg om hulp te zoeken bij een psycholoog, ergotherapeut of andere zorgverlener die ervaring heeft met overprikkeling. Zij kunnen je helpen met specifieke strategieën en behandelingen.

Meer begrip en steun bij overprikkeling

Overprikkeling is een serieus probleem dat veel invloed kan hebben op het dagelijks functioneren van mensen. Het is belangrijk dat we als samenleving meer begrip en steun bieden aan degenen die hiermee te maken hebben. Door bewustwording te vergroten en praktische hulpmiddelen aan te reiken, kan er bijdragen worden aan een betere kwaliteit van leven voor iedereen die lijdt aan overprikkeling. Zo hebben onderzoekers alle beschikbare informatie samen met adviezen van ervaringsdeskundigen over hoe met overprikkeling om te gaan in deze infografic gezet. Met deze informatie willen ze meer bekendheid geven aan deze klachten en hopen daarmee op meer begrip voor mensen die er last van hebben.

Heb jij last van overprikkeling? Neem vrijblijvend contact met ons op om de mogelijkheden te bespreken voor het aanpakken en omgaan met overprikkeling.

In onze Blog over psychologie vind je meer artikelen over diverse klachten en behandelingen

Complex trauma CPTSS

Wat is complex trauma?

Complex trauma verwijst naar langdurige en herhaalde traumatische ervaringen, meestal van interpersoonlijke aard, die plaatsvinden in de vroege stadia van de ontwikkeling. Het onderscheidt zich van enkelvoudig trauma, zoals een eenmalige gebeurtenis, door de chronische aard ervan en het feit dat het vaak voorkomt binnen de context van nauwe relaties, zoals in gevallen van langdurig huiselijk geweld, emotioneel misbruik, of verwaarlozing. In dit artikel beschrijven we de kenmerken en de gevolgen van complex trauma.

1. Kenmerken van complex trauma?
2. Gevolgen van complex trauma
3. Wat kan je helpen?

Kenmerken van complex trauma

1. Vroege Begin: Complex trauma ontstaat meestal in de vroege kinderjaren, wanneer het brein nog in ontwikkeling is en de persoonlijke identiteit zich vormt. Traumatische ervaringen op deze leeftijd kunnen diepgaande gevolgen hebben voor de psychologische ontwikkeling.

2. Herhaling: Het betreft vaak herhaalde en langdurige blootstelling aan traumatische gebeurtenissen. Dit kan variëren van fysiek misbruik tot verwaarlozing of emotioneel misbruik.

3. Interpersoonlijk: Complex trauma wordt vaak geassocieerd met traumatische gebeurtenissen die plaatsvinden binnen relaties, zoals die met ouders, verzorgers of andere significante personen. Dit kan de vorming van gezonde hechtingsrelaties bemoeilijken.

4. Effect op Ontwikkeling: De impact van complex trauma op de ontwikkeling is divers en kan leiden tot emotionele, cognitieve en gedragsproblemen. Het kan de manier waarop iemand zichzelf en anderen waarneemt en begrijpt, aantasten.

Gevolgen van complex trauma

De gevolgen van complex trauma kunnen aanzienlijk zijn en variëren van persoon tot persoon. Enkele veelvoorkomende gevolgen zijn:

Emotionele Problemen:

Intense emotionele reacties, waaronder angst, depressie, woede en schaamte.
Moeite met het reguleren van emoties.

Relationele Problemen:

Uitdagingen bij het opbouwen en onderhouden van gezonde relaties.
Problemen met vertrouwen en hechting.

Cognitieve Problemen:

Verminderde concentratie en geheugenproblemen.
Negatief zelfbeeld en gevoelens van eigenwaarde.

Gedragsproblemen:

Zelfdestructief gedrag, zoals zelfbeschadiging of verslavingsproblemen.
Moeilijkheden met impulscontrole.

Fysieke Gezondheidsproblemen:

Verhoogd risico op gezondheidsproblemen, waaronder chronische aandoeningen als gevolg van de fysieke stressreactie op trauma.

Een infographic over complex trauma vind je hier

Complex trauma CPTSS

Wat kan je helpen?

Deze gevolgen kunnen het dagelijks functioneren aanzienlijk beïnvloeden. Het is echter belangrijk op te merken dat met de juiste ondersteuning, behandeling en begrip, mensen met complex trauma hoopvolle paden naar herstel kunnen bewandelen. Professionele hulp, zoals psychologische hulpverlening en traumagerichte benaderingen, kan essentieel zijn om de gevolgen van complex trauma te verminderen en een gezondere levenskwaliteit te bevorderen.

Is er bij jou sprake van complex trauma en zoek je hulp? Neem contact op met een van onze psychologen: we helpen je graag en kunnen je adviseren over je klachten.

In onze Psychologie Blog vind je meer artikelen over klachten en onze behandelingen

Neurofeedback ADHD

Neurofeedback bij ADHD en ADD

De symptomen of klachten als die ontstaan door ADHD of ADD kunnen een grote impact hebben op je dagelijks functioneren. Om je daarbij te helpen, worden verschillende behandelingen of medicijnen geadviseerd. Welke behandeling het beste voor jou werkt is heel persoonlijk en ook afhankelijk van de klachten die je ervaart. Neurofeedback is een van de mogelijkheden om tot een effectieve en langdurige vermindering van je klachten te komen. In deze blog leggen we je graag uit wat Neurofeedback is en hoe dit voor jou zou kunnen werken bij psychische klachten als gevolg van ADHD & ADD.

1. In het kort; het functioneren van je brein bij AD(H)D
2. Verschillende behandelmethoden bij ADHD & ADD
3. Neurofeedback als behandelmethode bij ADHD & ADD
4. Onderzoek naar Neurofeedback bij ADHD & ADD
5. Waarom kiezen voor neurofeedback?

Het functioneren van je brein bij AD(H)D

ADHD (afkorting voor: Attention Deficit Hyperactivity Disorder) is een ‘stoornis’ die veel voorkomt in Nederland. De klachten die je kan ervaren als gevolg van ADHD kunnen sterk verschillen van persoon tot persoon, herkenbare symptomen zijn onder andere:

– Problemen met aandacht & concentratie
– Je onrustig voelen en daardoor ook snel prikkelbaar zijn
– Snel afgeleid zijn en verveeld raken (hierdoor zaken niet afmaken)
– Veel verschillende zaken tegelijk oppakken
– Wisselingen in je stemming
– Snel geïrriteerd raken of boos als zaken niet gaan zoals je wil

ADHD komt dus veel voor en de afgelopen jaren lijkt het aantal personen dat klachten ervaart als gevolg van ADHD ook toe te nemen. We denken vaak als snel aan ADHD als iemand druk of onrustig is. Maar niet iedereen die druk is of symptomen heeft overeenkomstig met ADHD, heeft ook daadwerkelijk deze psychische stoornis. Klachten, zoals slecht kunnen concentreren, kunnen ook een gevolg zijn van angst, stress of trauma. ADHD is een stoornis die ontstaat in de informatie verwerking van je brein en openbaart zich vaak al op jonge leeftijd.

Maar wat is er dan precies anders in het brein van mensen met ADHD?

Uit onderzoek blijkt dat het brein van mensen met ADHD daadwerkelijk iets anders werkt. Hierbij kijken we met name naar de verbindingen en communicatie tussen hersendelen. Deze verbindingen zijn belangrijk voor de verwerking van informatie en de activiteit van je brein. De activiteit van je brein meten we met een EEG aan de hand van hersengolven.

Wat blijkt wanneer we kijken naar een EEG van het brein, is dat er bij het brein van mensen met ADHD meer trage hersengolven aanwezig zijn. Trage golven in je brein staan voor onderactiviteit. Een overmatig aanwezigheid van trage hersengolven klinkt tegenstrijdig ten opzichte van de hyperactiviteit die we associëren met ADHD. Maar als we verder kijken zien we dat deze zogenaamde onderactiviteit vooral aanwezig is bij de frontaalkwab. De frontaalkwab is het hersengebied dat betrokken is bij onder andere concentratie, planning, gedrags- en emotieregulatie. Als je dus bedenkt dat de activiteit in specifiek dit hersengebied, dat betrokken is bij planning en concentratie, lijkt af te wijken klinkt het al wat minder tegenstrijdig. 

Bij het ADHD-brein worden in de meeste gevallen een overmaat aan theta en alpha golven waargenomen. Deze hersengolven worden geassocieerd met onder andere ontspannenheid en creativiteit  Als je goed geconcentreerd bent zien we meer bèta golven in plaats van deze bovengenoemde theta activiteit. De verschillende hersengolven spelen dus een belangrijke rol bij het functioneren van je brein. Bij ADHD zien we dat de activiteit van je brein, gemeten door deze hersengolven, kan afwijken. Er wordt nog altijd veel onderzoek gedaan naar de oorzaken van ADHD. Het lijkt erop dat de oorzaken dus onder andere te maken hebben met verbindingen (de activiteit) in je brein, maar ook erfelijkheid en de omgeving spelen mogelijk een rol.

Neurofeedback ADHD

Verschillende behandelmethoden bij ADHD & ADD

Als je vermoed dat je ADHD of ADD hebt en hier klachten van ervaart is de eerste stap om dit te bespreken met je huisarts. Vervolgens kan de huisarts je doorverwijzen om tot een officiële diagnose ADHD te komen. Met deze diagnose heb je duidelijkheid over de onderliggende oorzaken van je klachten en kan je besluiten om over te gaan tot een behandeltraject.

Er zijn verschillende behandelmethode om je te begeleiden bij ADHD en ADD. Zo kan een psycholoog je helpen leren om te gaan met de klachten die je ervaart, door middel van cognitieve gedragstherapie. De psycholoog kan je op deze manier helpen om patronen te veranderen, structuur aan te brengen en bijvoorbeeld anders om te gaan met stress of emoties.

Als gedragstherapie niet de oplossing voor je is kun je eventueel in overleg met de huisarts psychiater besluiten om tot medicijnen over te gaan. Medicijnen kunnen helpen om rustiger te worden maar hebben ook nadelen en kunnen bijwerkingen hebben. Laat je daarom altijd goed informeren.

Een alternatieve behandelmethode is neurofeedback of neurofeedback training. Neurofeedback is een behandelmethode die werkt op basis van je hersenactiviteit (de hersengolven) zoals we eerder bespraken in deze blog. Hieronder leggen we je meer uit over neurofeedback bij ADHD & ADD.

Neurofeedback als behandeling van ADHD en ADD

Neurofeedback is een psychologische behandelvorm die in de jaren 60 is ontstaan, aan de Universiteit van Chicago (de Verenigde Staten). Dr. Kamiya en Dr. Sterman, die aan het begin stonden van de Neurofeedback behandeling zoals we deze vandaag kennen, deden onderzoek naar ons bewustzijn. Tijdens dit onderzoek ontdekte Dr. Kamiya dat mensen met behulp van een eenvoudig beloningssysteem (feedback systeem) konden leren om hun hersenactiviteit te veranderen.

Dit was het begin van meer onderzoek en het ontstaan Neurofeedback voor verschillende toepassingen. Zo werd de techniek al snel ingezet voor het verbeteren van de concentratie. Dit vormde vervolgens de aanleiding tot de inzet van Neurofeedback bij behandeling van ADHD en ADD. De mogelijk effectiviteit van neurofeedback bij ADHD is niet altijd eenduidig maar wordt inmiddels door verschillende onderzoeken onderschreven (https://www.ggznieuws.nl/studie-bevestigt-neurofeedback-op-lange-termijn-voordeel-kinderen-adhd)

De onderliggende gedachten is dan neurofeedback een effectief methode kan zijn om je brein te trainen op hersengolven. Deze hersengeloven hebben een grote invloed op de informatie verwerking in je brein en ons functioneren zoals we eerder bespraken in deze blog. Hieronder lees je meer over de werking van neurofeedback bij ADHD & ADD.

Neurofeedback BrainNetwork

Werking van Neurofeedback bij ADHD & ADD

Neurofeedback gaat uit van het lerend vermogen van de hersenen. Je brein bestaat uit een complex en ingenieus netwerk, dat signalen doorgeeft en daarmee je gedrag aanstuurt. Tijdens een Neurofeedback behandeling krijg je feedback op de activiteit van je hersenen. Je kunt het een beetje zien als feedback die je ontvangt op je werk of thuis. Positieve feedback leidt vaak tot nieuwe inzichten en helpt je om zaken anders aan te pakken. Dit leerproces zien we ook terug in de behandeling door middel van neurofeedback. Hierbij verloopt het proces deels bewust, evenals deels onbewust. Met behulp van Neurofeedback versterken we de balans van de hersengolven die bij ADHD verstoord is. De informatie verwerking in je brein wordt hiermee gestimuleerd. Dit klinkt misschien nog ingewikkeld, maar om het te verduidelijken leggen we het uit in een paar stappen:

Stap 1: Tijdens een behandeling worden elektroden op je hoofdhuid geplaatst om je hersenactiviteit te kunnen meten. Hoe dat eruit ziet? Bekijk onze YouTube-video over een Neurofeedback behandeling. De psycholoog ziet vervolgens deze hersenactiviteit op het scherm dat verbonden is met het scherm waar jij zelf naar kijkt.

Stap 2: Terwijl jij een film kijkt of een computergame speelt, ontvangen je hersenen op basis van de gemeten activiteit directe feedback. Dat wil zeggen dat je film of game wordt gestopt of juist doorspeelt, op basis van de gemeten activiteit. Hierdoor leren je hersenen onbewust de ‘gewenste’ hersenactiviteit te activeren. De ‘gewenste’ hersenactiviteit leidt bij een geslaagde ADHD- of ADD-behandeling met Neurofeedback vervolgens tot een vermindering van je klachten.

Stap 3: De huidige stand van de hersenen wordt via het beeldscherm van de cliënt zichtbaar gemaakt. Het kan bijvoorbeeld zijn dat het beeld slecht zichtbaar wordt gemaakt door de computer, omdat de hersenactiviteit die nu aanwezig is ongewenst is.

Stap 4: De cliënt leert op deze manier via zelfregulatie zijn eigen hersenactiviteit beïnvloeden, omdat het beeld waar hij of zij naar kijkt verandert bij de gewenste hersenactiviteit. Daardoor wordt het onderliggende mechanisme direct beïnvloed.

Deze infographic laat schematisch zien hoe neurofeedbac werkt.

Operante conditionering

Wel eens gehoord van operante conditionering? Dat is eigenlijk kort gezegd wat er gebeurt bij een behandeling met Neurofeedback. De ongewenste hersengolven worden als het ware ‘gestraft’ en de gewenste hersengolven worden ‘beloond’. Er vindt waarschijnlijk neuroplasticiteit plaats tijdens Neurofeedback training, maar de precieze mechanismen zijn nog niet op celniveau bekend. 

Waarom kiezen voor neurofeedback bij ADHD & ADD?

Er zijn verschillende behandelmethode die je kunnen helpen bij klachten als gevolg van ADHD & ADD. Belangrijk daarbij is om je goed te laten informeren om zo de begeleiding te krijgen die het beste bij jou past. In onze psychologenpraktijk hebben we veel ervaring met zowel cognitieve gedragstherapie als neurofeedback in de behandeling van ADHD. Cognitieve gedragstherapie wordt veel en vaak effectief ingezet. Neurofeedback kan daarnaast een sterk alternatief zijn om langdurig klachten te verminderen.

Neurofeedback kan een goede optie zijn wanneer andere therapieën niet voldoende voor je hebben gewerkt en je ook niet wil kiezen voor medicatie. De behandeling werkt zonder bijwerkingen en wordt vaak als een prettige behandelmethode ervaren. Er zijn verschillende vormen van Neurofeedback, zoals frequentietraining of de meer gestandaardiseerde vormen. Laat je daarom altijd goed informeren over Neurofeedback door een gecertificeerde psycholoog.

In onze praktijk combineren we een Neurofeedback training altijd met gesprekstherapie. Hierdoor word je je meer bewust van de verandering die je ervaart en helpen we je om effectief om te leren gaan met je klachten. Neurofeedback training bij ADHD is geen standaard vergoede behandelmethode, maar je kan vaak een vergoeding krijgen vanuit de complementaire zorg (aanvullende verzekering).

Onderzoek naar Neurofeedback bij ADHD en ADD

Er zijn inmiddels verschillende onderzoeken gedaan naar de effectiviteit van Neurofeedback bij ADHD. In dit soort onderzoek wordt er gekeken naar een groep die neurofeedback therapie ontvangt en een zogeheten ‘controlegroep’. Dit kan je vergelijken met het testen van een medicijn, waarbij de ene groep het medicijn krijgt en de andere groep een placebo. Als je zoekt naar deze artikelen dan vind je diverse reacties over deze behandelingsvorm. Van enthousiaste ervaringsverhalen tot meer kritische vragen over de langdurige werking van deze behandeling. Uit recent onderzoeken blijkt dat Neurofeedback effectief ingezet kan worden ADHD. Die effectiviteit wordt gemeten aan de hand van bijvoorbeeld vragenlijsten over de klachten die iemand ervaart, of de observaties van ouders en leraren (wederom gevraagd met vragenlijsten). Hieronder lees je een aantal bevindingen uit recent onderzoek.

Uit een meta-analyse* in 2009 blijkt dat Neurofeedback een groot effect kan hebben op het verbeteren van aandacht en impulsiviteit. De effecten op hyperactiviteit, wat veel mensen met ADHD ervaren, zijn daarin minder significant. Uit ervaring blijkt echter wel dat een verbeterde concentratie uiteindelijk leidt tot meer rust en structuur. Dit helpt vervolgens mensen met ADHD om beter om te gaan met klachten die voortkomen uit hyperactiviteit.

Neurofeedback wordt bij ADHD-klachten inmiddels gezien als een beproefde en effectieve behandeling. Zo blijkt ook uit een onlangs verschenen onderzoek** aan de Universiteit Utrecht. Dit onderzoek benadrukt de mogelijke positieve en langdurige effecten van Neurofeedback bij kinderen met ADHD of ADD.

Advies over ADHD & ADD

De klachten die ontstaan vanuit ADHD of ADD zijn voor iedereen uniek. Dit verdient dan ook een persoonlijke behandeling voor het beste resultaat. Vanuit onze praktijk zien we dat neurofeedback daarin een effectieve aanpak kan zijn voor zowel kinderen als volwassen. Laat je altijd goed informeren over de behandelmethode zodat je de begeleiding krijgt die het beste bij jouw past.

Neurofeedback Training Utrecht

Als psychologenpraktijk BrainNetwork zijn wij gespecialiseerd in het behandelen van ADHD, ADD (en andere klachten) door middel van neurofeedback en cognitieve gedragstherapie. Benieuwd of wij jou kunnen helpen? Neem dan gerust contact met ons op, we vertellen je graag meer over de verschillende behandelmethoden.

Deze blog is geschreven door Ilse Mennen; psycholoog, biofeedback & neurofeedback therapeut en eigenaar van BrainNetwork. Ilse heeft veel ervaring als therapeut met de inzet van ervarings- en lichaamsgerichte behandelmethode zoals biofeedback en neurofeedback en schrijft regelmatig over haar ervaringen vanuit de praktijk.

Neurofeedback bij ADHD en ADD

De symptomen of klachten als die ontstaan door ADHD of ADD kunnen een grote impact hebben op je dagelijks functioneren.…

Het ontstaan van Neurofeedback

Neurofeedback is een opkomende en “nieuwe” behandeling, maar gaat eigenlijk al terug tot ongeveer 1960. De geschiedenis aan onderzoekers in…

Wat is Neurofeedback?

Als we het simpel proberen uit te leggen: Neurofeedback is een training voor je brein. Verschillende delen van je brein…

Wat is een QEEG bij een Neurofeedback behandeling?

Met Neurofeedback training doen we een behandeling op hersenactiviteit, waarbij we het brein stimuleren de gewenste hersengolven te produceren, om…

PTSS & Trauma

Lichaamsgerichte behandeling bij trauma en PTSS

Ongeveer de helft van de Nederlandse bevolking maakt ooit wel eens een ingrijpende gebeurtenis mee. Dit kan grote gevolgen voor je hebben, vandaag of pas later. In bepaalde situaties kan dit leiden tot een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Bij PTSS wordt de herinnering aan het trauma opgeslagen in je brein en veroorzaakt het nog steeds problemen zoals herbelevingen, nachtmerries en lichamelijke klachten. Praten met een psycholoog over deze ingrijpende ervaring kan je helpen om stress of angstklachten als gevolg van een trauma te verminderen. De laatste jaren zien we ook steeds meer de effectieve inzet van ervarings- of lichaamsgerichte behandelingen als onderdeel van de verwerking, zoals onder andere beschreven door Bessel van der Kolk. In deze blog lees je hier meer over.

Wat is posttraumatische stress?

Meer dan de helft van de Nederlandse bevolking maakt ooit in zijn of haar leven een ingrijpende of schokkende gebeurtenis mee die een grote invloed kan hebben op je leven. Je kan daarbij denken aan een auto ongeluk, mishandeling, ernstig geweld of seksueel misbruik. Veel mensen die dit meemaken kunnen deze gebeurtenis na een aantal weken een plaats geven waarbij dit geen grote invloed meer heeft op het dagelijks functioneren. Voor andere mensen lukt dit helaas niet en kan het trauma nog lange tijd veel gevolgen hebben. Ongeveer 7% van de Nederlandse bevolking krijgt te maken met  een posttraumatische stressstoornis (afgekort PTSS) als gevolg van een schokkende gebeurtenis.

Bij PTSS is de herinnering aan het trauma zo opgeslagen, dat je er later nog steeds last van ondervindt. Je ervaart bijvoorbeeld herbelevingen, waarbij het steeds voelt alsof de gebeurtenis weer opnieuw plaatsvindt of je wordt geteisterd door verschrikkelijke nachtmerries. Ook is er bij PTSS vaak sprake van een scala aan lichamelijke klachten, waarnaast er soms ook nog andere ‘comorbide’ stoornissen en klachten (of ziektebeelden) kunnen ontstaan.

PTSS

Gevolgen van PTSS voor je functioneren

De gevolgen van PTSS kunnen zeer ingrijpend zijn. We spreken meestal over PTSS als klachten, als gevolg van een traumatische ervaringen, hevig zijn, niet vanzelf minder worden en langer dan een maand aanhouden. De klachten die mensen ervaren met PTSS kunnen zeer divers zijn. Vaak hebben de klachten een grote impact op iemands zijn of haar dagelijkse functioneren en ervaart ook de naaste omgeving een verandering in gedrag. Een aantal veel voorkomende kenmerken zijn:

  • Minder goed of slecht slapen
  • Angstklachten en erg op je hoede zijn
  • Minder contact zoeken
  • Herbeleven van de gebeurtenis
  • Spanning of stress ervaren (ook fysiek)
  • Vermijding van zaken die je aan de gebeurtenis doen denken

Dat iemand met PTSS slechter slaapt, is heel goed te begrijpen. Niet alleen omdat je last hebt van nachtmerries, maar ook vanwege de overactiviteit van het lichaam, of wel ‘hyper-arousal’. Deze hyper-arousal ontstaat doordat het sympatische zenuwstelsel (bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de vecht-vlucht-bevries reactie) overactief is. Hierdoor ben je erg schrikkerig, prikkelbaar, ervaar je weinig concentratie en een soort constante angst en oplettendheid. Je lichaam bevindt zich dus constant in de staat die nodig is bij acuut gevaar. Echter ben je op dit moment niet meer in gevaar.  Deze overactiviteit kan ook in een bepaalde vorm aanwezig zijn in het lichaam na langdurige stress. Je hoort mensen dan vaak zeggen ‘ik sta altijd aan’. Dit langdurig ‘aan’ staan kan zorgen voor verschillende klachten. Het heeft bijvoorbeeld invloed op je stofwisseling, afweersysteem, hart- en vaten, maar ook kun je last krijgen van pijnlijke spieren door spierspanning. 

Klachten als gevolg van PTSS of trauma verminderen?

Er zijn verschillende methode om je helpen bij het verwerken van een trauma en de klachten als gevolg van PTSS te verminderen. Veel toegepaste methoden bij PTSS zijn bijvoorbeeld exposure therapie en EMDR (lees meer over EMDR op www.emdr.nl). Bij deze type behandelmethoden staat het herbeleven centraal en dit is vaak zeer effectief. Klachten, ook fysieke klachten, als gevolg van de overactiviteit van je systeem worden door deze methode vaak minder aangesproken.

Onlangs is er veel in de media verschenen, onder andere bij het programma zomergasten, over trauma therapeut Bessel van der Kolk. Bessel werkt als therapeut in de Verenigde Staten en is ook gespecialiseerd in lichaamsgerichte methoden zoals Biofeedback. In deze visie wordt in de behandeling van PTSS meer nadruk gelegd op de verbinding tussen je lichaam en brein. Ook in onze praktijk zien we goede resultaten in het verminderen van klachten als gevolg van PTSS door  de inzet van lichaamsgerichte behandelmethode zoals biofeedback en neurofeedback.

Biofeedback

Biofeedback is een waardevolle methode om het lichaam weer in de rusttoestand te krijgen. Wanneer je terug in de rusttoestand verkeert, zul je merken dat veel (stress)klachten afnemen. Het is natuurlijk niet moeilijk om te bedenken dat in een staat die je zou moeten redden van acuut gevaar, geen ruimte is om rustig een boek te lezen of lekker te slapen. Biofeedback therapie omvat verschillende methoden en oefeningen die ervoor zorgen dat het zenuwstelsel weer rustig wordt, en geeft je inzicht in jouw persoonlijk functioneren. Zo heb je zelf meer invloed over wat stress en angst met jouw lichaam en geest doet.

Neurofeedback

Daarnaast kan Neurofeedback erg waardevol zijn bij trauma. Bij Neurofeedback trainen we hersengolven op een non-invasieve manier. Normale hersengolven kunnen worden verstoord door trauma, waardoor patiënten vast komen te zitten in ongezonde patronen van overactiviteit en disfunctioneel gedrag. Je limbisch systeem, het hersengebied verantwoordelijk voor angst en veiligheid, is bijvoorbeeld meer actief. Ook kan het zijn dat je in een volledige ‘shut down’ terechtkomt, wat je kunt zien als een bevries reactie op het constante gevoel van gevaar.  Gesprekstherapie werkt op de prefrontale cortex waar we plannen, leren en organiseren, maar het communiceert niet zo goed met het limbisch systeem, die de herinneringen aan trauma’s ervaart en opslaat. Neurofeedback kan de hersenen helpen flexibeler te worden en gezondere patronen en reacties te ontwikkelen, een proces dat bekend staat als neuroplasticiteit.

PTSS & Trauma

PTSS kan heel ingrijpend zijn en een grote impact hebben op je dagelijkse functioneren, ook voor de mensen om je heen. Er zijn verschillende behandelmethode om je te helpen en klachten te verminderen. EMDR wordt veel en vaak effectief ingezet maar ook lichaamsgerichte behandelmethode kunnen bijdragen aan een duurzaam herstel. Ervaar je psychische klachten als gevolg van een traumatische gebeurtenis? Wil je meer weten over EMDR of wat neuro- of biofeedback therapie voor jou zou kunnen doen? Neem dan contact met ons op voor een professionele en persoonlijke blik op jouw klachten. 

Overprikkeling: Een klacht met grote gevolgen

In onze samenleving worden steeds meer mensen geconfronteerd met overprikkeling. Dit verschijnsel kan voorkomen bij verschillende aandoeningen en situaties, zoals…

Wat is complex trauma?

Complex trauma verwijst naar langdurige en herhaalde traumatische ervaringen, meestal van interpersoonlijke aard, die plaatsvinden in de vroege stadia van…

Wat is EMDR en bij welke klachten is deze behandeling effectief?

Je hebt er misschien al eens van gehoord: EMDR. Dit is een type therapie voor mensen die last hebben en…

Wat te doen bij een paniekaanval

Iedereen is wel eens bang of angstig. Angst is een natuurlijke reactie of dreiging of gevaar, het maakt ons alert…

1 2 3 7
Perfectionism

Wanneer perfectionisme ongezond wordt: kenmerken, klachten en oplossingen

Je wilt jezelf bewijzen en je wilt presteren: dit lijkt je leven beter te maken. Fouten maken? Daar is geen ruimte voor! En als er dan toch een keer iets misgaat, neem je het jezelf enorm kwalijk. Als je jezelf hierin herkent, is er een grote kans dat je perfectionistisch bent. Pas op dat je er niet in doorslaat: in dit artikel leggen we uit waarom perfectionisme gevaarlijk kan zijn én wat je eraan kunt doen.

1. Wat is perfectionisme?
2. Verschillende vormen van perfectionisme
3. Perfectionisme in de prestatiemaatschappij
4. Negatieve gevolgen van perfectionisme
5. Begeleiding van een psycholoog

Wat is perfectionisme?

We willen allereerst antwoord geven op de vraag: wat is perfectionisme nu precies? Het gaat om een denkwijze die is gestoeld op het stellen van hoge standaarden. Dit baseren we zowel op onze identiteit (wie we zijn) als onze prestaties (wat we doen). We vinden het belangrijk om alles perfect te doen en vooral geen fouten te maken. We willen onszelf bewijzen, om goedkeuring te krijgen of erbij te horen. Uit angst voor falen, willen we zoveel mogelijk de controle behouden en voelen we ons verantwoordelijk voor wat er om ons heen gebeurt, ook als we dit eigenlijk niet in eigen handen hebben.

Al gauw stellen we onhaalbare eisen aan onszelf door perfectionistisch te zijn. Voor ons gevoel doen we het namelijk nooit goed genoeg. We zijn enorm streng voor onszelf. Fouten zijn niet toegestaan, want alles moet perfect gaan zodat we ons nergens voor hoeven te schamen. Gaat er toch iets mis? Dan voldoen we niet aan de verwachting, en nemen we het onszelf enorm kwalijk.

Perfectionisme lijkt goed, maar dat is het niet altijd

Veel mensen denken in eerste instantie dat perfectionisme iets goeds is, omdat het bevlogenheid en betrokkenheid toont. Het wordt dan ook wel genoemd als positieve eigenschap, tijdens een sollicitatiegesprek bijvoorbeeld. Er zit echter een dunne lijn tussen positieve bevlogenheid en te ver gaan in deze bevlogenheid. Kijk hieronder maar eens naar de positieve én negatieve eigenschappen van perfectionisme.

Positieve eigenschappen

–   Doorzetten
–   Proactief zijn
–   Loyaal zijn
–   Betrokken zijn
–   Betrouwbaar zijn
–   Doelgericht zijn
–   Detailgericht zijn
–   Gestructureerd zijn

Negatieve eigenschappen:

– Nooit tevreden zijn
– Inefficiënt zijn
– Moeite hebben met loslaten
– Starheid tonen
– Zwart-wit-denken
– Doemdenken
– Uitstellen
– Vermijden

Perfectionisme kan een zelfvernietigende eigenschap zijn, als je er te ver in gaat. Hier is sprake van als je te hoge, onrealistische standaarden stelt. Op de website van Psychologie Magazine kan je testen hoe perfectionistisch jij bent. Je kunt er al snel in doorslaan, wat maakt dat je de teugels te stevig vasthoudt en maar weinig vrijheid ervaart in het leven. Nog erger: perfectionisme kan verschillende negatieve gevolgen hebben voor je gezondheid, waar we verderop in dit artikel meer over toelichten.

Perfectionisme

Verschillende vormen van perfectionisme

Hewitt en Flett hebben in een bekend onderzoek uit 1991 gesteld dat er drie soorten perfectionisme te onderscheiden zijn. In dit artikel gaan we met name in op de eerste en derde soort.

1. Perfectionisme gericht op jezelf (interne druk)

Je stelt onrealistisch hoge standaarden aan jezelf. Je bent kritisch naar jezelf, concentreert je op tekortkomingen en hebt moeite met het accepteren van je eigen fouten.

2. Perfectionisme gericht op anderen

Je stelt onrealistisch hoge standaarden aan anderen. Je wilt dat anderen perfect zijn en beoordeelt het gedrag van anderen op strenge wijze.

3. Sociaal voorgeschreven perfectionisme (externe druk)

Deze vorm van perfectionisme betreft de overtuiging dat je moet voldoen aan de hoge standaarden van anderen. Je hebt het idee dat mensen om je heen onrealistische verwachtingen van jou hebben, je streng beoordelen en druk op je uitoefenen om perfect te zijn. Dit kan daadwerkelijk zo zijn, maar ook vaak dénken we dat dit het geval is, terwijl het in werkelijkheid helemaal niet zo blijkt te zijn.

Perfectionisme in de prestatiemaatschappij

We leven in een prestatiemaatschappij en een markt gedreven samenleving, waarin we steeds maar meer willen en beter willen worden. We willen een goede baan, een groot huis, dure kleding, een mooie auto, een grote vriendengroep en een goed lichaam. Eigenlijk moet alles tiptop in orde zijn. Dit zorgt ervoor dat perfectionisme in opkomst is – met name de laatste vorm in de hierboven genoemde drie soorten: sociaal voorgeschreven perfectionisme.

Perfectionisme komt steeds vaker voor en vaak ook al op jonge leeftijd, bij kinderen. We krijgen immers al op jonge leeftijd opgelegd dat we alles goed moeten doen, waardoor we al snel een hekel krijgen aan fouten maken. Onze omgeving verwacht vaak veel van ons en is niet bang om te oordelen. Ook social media hebben een grote invloed: iedere dag zien we hier weer beelden van mensen die een perfect leven lijken te leiden. Hier willen we zelf ook aan voldoen, want anders zijn we niet interessant genoeg.

Hoe herken je perfectionisme?

Hoe weet je nu of jij last hebt van perfectionisme? Bijna iedereen doet zijn of haar best en werkt hard, en vrijwel niemand vindt het leuk om fouten te maken. Maar maakt dat je direct (te) perfectionistisch?

Het draait met name om je mindset, waaruit blijkt dat je te hoge standaarden aan jezelf stelt. De volgende kenmerken kunnen duiden op perfectionisme:

–   Je moet veel van jezelf. Elke dag keihard werken, drie keer per week sporten, wekelijks verschillende vrienden opzoeken. Het moet allemaal gebeuren, en je wilt het liefst geen afspraken missen – ook als je er geen zin in hebt. Aan ontspanning kom je nauwelijks toe, dat heeft geen prioriteit.

–   Je vindt jezelf nooit goed genoeg. Hoewel je al zoveel moet van jezelf, is het nooit goed genoeg. Je hebt het gevoel dat het altijd beter kan en je legt de lat steeds hoger, ook als anderen aangeven dat het wel goed genoeg is.

–   Je gaat vaak over je grenzen heen. Opgeven is voor jou geen optie, zelfs als je dat eigenlijk liever zou doen. Het maakt dat je vaak over je grenzen heengaat, omdat je geen ‘nee’ durft te verkopen.

–   Je piekert regelmatig. Perfectionisten zijn vaak grote twijfelkonten en piekeraars. Zit het wel goed met je relatie, werk, sociale contacten en uiterlijk? Het kan leiden tot besluiteloosheid.

–   Je bent vaak op zoek naar bevestiging van anderen. Je hebt veel goedkeuring nodig van bijvoorbeeld je partner, vrienden en collega’s. Pas dan heb je weer wat meer vertrouwen in jezelf, als het al lukt om een compliment aan te nemen.

–   Je bent bang voor afwijzing. Je voelt je minderwaardig en bent bang om te worden afgewezen. Negatieve feedback van anderen versterkt dit gevoel.

–   Je laat niet alles van jezelf zien. Om potentieel gevaar of een fout te voorkomen, laat je niet alles van jezelf zien. Je houdt de schijn liever op dan dat je zegt hoe je je echt voelt. Ook geef je niet altijd je mening, uit angst om iets geks te zeggen.

–   Je wilt geen hulp vragen. Hoewel je hulp soms best goed zou kunnen gebruiken, laat je het liever om ernaar te vragen. Dit voelt namelijk als falen.

Omgaan met fouten maken

Je kunt bij perfectionisme herkennen verder kijken naar de manier waarop je omgaat met fouten. Stel je krijgt een tegenvallende beoordeling, op school of werk. Denk je dan: ‘Erg jammer, maar dat kan een keer gebeuren. Ik ben nog steeds een goed mens.’ Of denk je: ‘Ik heb enorm gefaald en ik ben niet goed genoeg in wat ik doe. Ik ben niet de moeite waard.’ Het tweede antwoord is een perfectionistische denkwijze. Zeker als je dit al denkt bij kleine, niet-kritieke fouten, is hier sprake van.

Je hebt een onrealistisch kritische kijk op jezelf bij perfectionisme. Je rekent het jezelf enorm zwaar aan als je een fout maakt, en je schaamt je diep. Hieruit blijkt ook dat er een link is tussen perfectionisme en faalangst, waarin zelfkritiek en zelftwijfel een grote rol spelen. Er kunnen heftige emoties optreden: je bent boos op jezelf als er iets fout gaat, waarbij je meestal lang teleurgesteld blijft of zelfs helemaal in de put kunt raken. Fouten kun je dus moeilijk loslaten. Verder probeer je falen te voorkomen, door heel hard je best te doen en alles vooraf te calculeren. Dit kan er ook voor zorgen dat je sneller opgeeft of iets gaat vermijden, als er een kans op een fout dreigt te ontstaan.

Perfectionisme

Negatieve gevolgen van perfectionisme

Perfectionisme kan negatieve gevolgen hebben, met name voor de gezondheid. Door jezelf altijd maar te willen bewijzen, ervaar je stress. Perfectionisme maakt dat je te veel stress of chronische stress ervaart. Dit heeft meer invloed op je lichaam dan je misschien zou denken.

Het kan nog erger worden als je blijft toegeven aan het leiden van een zo perfect mogelijk bestaan met onrealistische eisen. Verschillende lichamelijke klachten worden gekoppeld aan perfectionistische neigingen, waaronder chronische vermoeidheid, chronische hoofdpijn, een verstoorde spijsvertering, nek- en rugklachten en slapeloosheid. Ook veel klinische problemen worden hieraan gekoppeld. Dit zijn onder andere burn-out, depressie, angsten, dwangstoornissen, eetstoornissen, persoonlijkheidsstoornissen en zelfbeschadiging. Hoe erger perfectionisme is, hoe groter de kans op een of meerdere klachten wordt.

Dit vormt de belangrijke reden om perfectionisme te signaleren en aan te pakken. Je kunt de bovenstaande klachten het best voorkomen, of anders snel in actie komen als je last ervaart door perfectionisme.

Hoe kun je perfectionisme loslaten?

Minder perfectionistisch zijn, is de oplossing om af te komen van de druk die je voelt of de klachten die je ervaart. Maar hoe doe je dat? Het is niet eenvoudig, omdat perfectionisme diepgeworteld zit. Toch is het mogelijk! Er zijn verschillende stappen die je kunt zetten, die we hieronder benoemen.

Van perfectionist naar optimalist

Ben je bang dat je niet meer genoeg kunt bereiken door je perfectionistische kant los te laten? Dat hoeft gelukkig niet zo te zijn. Verander van een perfectionist in een optimalist! De optimalist werkt met plezier en passie, streeft naar een goed resultaat en doet zijn of haar best, maar ziet het maken van fouten niet als falen en accepteert dat er iets mis kan gaan. De optimalist durft uitdagingen aan te gaan en leert van fouten. Dat is een gezonder uitgangspunt dan dat van de perfectionist.

Realiseer je dat doorslaan in perfectionisme niet goed is

Als je je er bewust van bent dat perfectionisme niet goed is, kan het lukken om minder perfectionistisch te zijn. Indien je te veel verantwoordelijkheid voelt en te hoge verwachtingen stelt, laat je je perfectionistische kant te vaak spreken. Je kan jezelf dan helpen door realistischer te zijn. Realiseer dat je jezelf voorbij rent, je je eigen grenzen negeert, je te kritisch bent en onrealistische doelen stelt. Leer jezelf om in te zien dat perfectionisme ook zelfvernietigend kan zijn. Zo klinkt het ineens helemaal niet meer zo aantrekkelijk meer om perfectionistisch te zijn.

Liever en zachter zijn voor jezelf

Nu je je realiseert dat perfectionisme niet goed is, kun je je focussen op liever en zachter zijn voor jezelf. Je hoeft de lat niet steeds maar hoger te leggen. Rem liever af als je ergens geen zin in hebt of als je lichaam een grens aangeeft. Draaf niet steeds door, maar pak vaker momenten van rust.

Liever zijn voor jezelf uit zich niet alleen in acties, maar ook in gedachten. Denk positiever over jezelf. Vertel jezelf dat je er mag zijn, dat je jezelf accepteert, dat je goed je best doet en dat dat voldoende is. Kijk naar je kwaliteiten en niet naar je minpunten. Zo zet je jezelf weer op de eerste plaats, in plaats van perfectionisme en onhaalbare standaarden. Je gaat weer van jezelf houden en je zelfvertrouwen neemt toe. Jij bent het waard!

Imperfectie leren omarmen: fouten maken mag!

We maken allemaal fouten. Dat is menselijk. Een belangrijke stap in het proces om minder perfectionistisch te worden, is het leren omarmen van imperfecties. Je mag gewoon fouten maken, daar hoef je niet bang voor te zijn. Sterker nog, hier kun je zelfs veel van leren. Zo word je door het maken van fouten uiteindelijk alleen maar beter in wat je doet, zowel persoonlijk als professioneel gezien. Je kunt dus juist groeien door minder perfectionistisch te zijn – iets wat je in eerste instantie misschien niet had verwacht! Neem het jezelf niet kwalijk als je fouten maakt, maar vertel jezelf dat fouten er mogen zijn én dat jij er mag zijn.

Zeg dit tegen jezelf, maar ook bijvoorbeeld als ouder tegen je kind. Laat blijken dat je trots bent op de moeite die je kind ergens in heeft gestoken, ook als het niet heeft uitgepakt zoals de verwachting was.

Luister naar wat jíj belangrijk vindt

We zijn gevoelig voor de verwachtingen van anderen, of de verwachtingen waarvan we dénken dat anderen ze van ons hebben. Laat dit los, zodat je minder druk gaat ervaren en de regie over je leven terugkrijgt. Ga na wat er echt belangrijk is voor jou. Luister naar je gevoel en intuïtie: laat je hart spreken! Zo kom je meer in de buurt van wat je wilt, in plaats van wat je moet. Als jij minder wilt gaan werken, je huis minder vaak wilt poetsen, maar eens in de drie jaar op vakantie wilt gaan of in een kleinere woning wilt gaan wonen, is dat helemaal goed. Probeer dit los te koppelen van verwachtingen van anderen. Dit is immers jouw leven: jij hebt de touwtjes in handen.

Durf om hulp te vragen

Hoe moeilijk het in eerste instantie ook voor je is, durf om hulp te vragen. Of het nu van een familielid, vriend of collega is. Je hoeft niet altijd maar alles zelf op te lossen.

Begeleiding van een psycholoog

Lukt het je niet om perfectionisme te verminderen en blijf je druk of klachten ervaren? Dan kan een psycholoog je helpen. Bij psychologie praktijk BrainNetwork helpen we je hier graag bij. Cognitieve gedragstherapie (CGT) kan effectief zijn, waarbij je meer inzicht krijgt in je gedrag, denkpatronen en gevoelens. Met Acceptance and Commitment Therapy (ACT) kunnen we je helpen om je persoonlijke veerkracht te ontwikkelen, en zo bereidheid te creëren om perfectionisme aan te pakken. Neem vrijblijvend contact met ons op om de mogelijkheden te bespreken. Altijd staat een persoonlijke en geïntegreerde aanpak centraal in onze praktijk.

Je leert tijdens een behandeling bij perfectionisme om minder resultaatgericht te zijn, minder de controle te willen behouden, meer fouten te durven maken en de fouten los te durven laten. Sterke emoties bij het maken van fouten nemen af. Je leert om meer afstand te nemen en te zien dat imperfecties niet problematisch zijn. Dit helpt je om zaken vanuit een ander, realistischer perspectief te bekijken, om uiteindelijk de lat te verlagen, minder kritisch naar jezelf te zijn en jezelf meer te waarderen.

Je komt hiermee dichter tot jezelf! Wat wil jíj maken van je leven, wat is voor jou belangrijk? Hier krijg je een duidelijker inzicht in. Door dit helder te hebben en hieraan te werken, zet je perfectionisme om in gezonde inspanning – en voorkom je dat je (opnieuw) doorslaat in perfectionisme.

In onze Psychologie Blog vind je meer interessante artikelen

Wat is complex trauma?

Complex trauma verwijst naar langdurige en herhaalde traumatische ervaringen, meestal van interpersoonlijke aard, die plaatsvinden in de vroege stadia van…

Lichaamsgerichte behandeling bij trauma en PTSS

Ongeveer de helft van de Nederlandse bevolking maakt ooit wel eens een ingrijpende gebeurtenis mee. Dit kan grote gevolgen voor…

Wat is EMDR en bij welke klachten is deze behandeling effectief?

Je hebt er misschien al eens van gehoord: EMDR. Dit is een type therapie voor mensen die last hebben en…

Wanneer perfectionisme ongezond wordt: kenmerken, klachten en oplossingen

Je wilt jezelf bewijzen en je wilt presteren: dit lijkt je leven beter te maken. Fouten maken? Daar is geen…

1 2 3 6
Wat te doen bij paniekaanval

Wat te doen bij een paniekaanval

Iedereen is wel eens bang of angstig. Angst is een natuurlijke reactie of dreiging of gevaar, het maakt ons alert en helpt ons uit gevaarlijke situaties te ontkomen. Maar soms kun je ook angstig zijn in situaties die geen gevaar opleveren of kan je angstreactie zo hevig zijn dat het je blokkeert. Deze vorm van angst noemen we dan meestal een paniekaanval. Een paniekaanval kan heel veel impact maken en als dit vaker voorkomt je ook sterk beperken in je dagelijks functioneren. In deze blog lees je meer over wat je kan doen bij een paniekaanval.

1. Wat is een paniekaanval?
2. Hoe ontstaat een paniekaanval
3. Wat houdt de angst in stand?
4. Wat kan jezelf doen bij een paniekaanval?
5. Wanneer heb je hulp nodig?

Wat is een paniekaanval?

Mensen die veel angst ervaren, of last hebben van een angststoornis, kunnen daarbij ook last hebben van paniekaanvallen. Een angststoornis kenmerkt zich door een extreme en irreële angst voor bepaalde situaties. Deze angst kan zich in verschillende vormen en gradaties uiten (https://www.umcg.nl/-/angststoornis-over-de-ziekte). Vaak uit de angst zich in lichamelijke signalen die daarmee ook een kettingreactie teweeg kunnen brengen. Deze kettingreactie kan in sommige situaties leiden tot een paniekaanval. Een paniekaanval wordt gekenmerkt door plotselinge, korte periodes van intense angst. Daarbij ervaren mensen meestal ook hevige lichamelijke klachten zoals:

  • Sterk verhoogde hartslag & hartkloppingen
  • Hoge ademhaling, hyperventilatie en benauwdheid
  • Duizeligheid, het gevoel dat je flauw gaat vallen
  • Transpireren en trillen
  • Misselijkheid en last van je buik
  • Het gevoel dat je de controle verliest
  • Tintelende vingers of benen

Tijdens een paniekaanval kunnen de klachten zo hevig zijn, dat men de angst heeft om dood te gaan of flauw te vallen.  Een gevoel van controle verliezen speelt hier vaak een grote rol. Om vervolgens deze vervelende fysieke signalen te voorkomen gaan mensen die eenmaal een paniekaanval hebben ervaren bepaalde situaties vaak uit de weg om een nieuwe aanval te voorkomen.

Hoe ontstaat een paniekaanval?

Een paniekaanval kan ontstaat doordat het lichaam per ongeluk (door bijv. extreme of langdurige stress) in de ‘vecht of vlucht’ modus schiet, waardoor het wordt overspoeld met chemische stofjes, zoals adrenaline. Deze versnellen de hartslag en ademhaling, en pompen het bloed naar de grote spieren om zich voor te bereiden op vechten of vluchten. Ook kan men schrikken van een bepaald gevoel in het lichaam (hartkloppingen, tintelende vingers, duizeligheid etc.). Je richt hier dan je aandacht op, waardoor het gevoel alleen maar toeneemt. Vervolgens raak je in paniek door de doemscenario’s die je bedenkt over het gevoel: ‘Krijg ik een hartaanval?’ of ‘Ik ga flauwvallen’.

Er kunnen verschillende oorzaken zijn voor het ontwikkelen van een angst en paniekstoornis en deze zijn niet altijd duidelijk aan te wijzen. Erfelijkheid kan ene rol spelen maar daarnaast zien we dat paniekstoornissen vaak ontstaan na een emotionele of stressvolle gebeurtenis, dit kan zowel een negatieve als positieve ervaring zijn (stichting ADF). Vervolgens is de ervaring zo hevig dat je graag een volgende aanval wil voorkomen. Als gevolg daarvan zien we dat mensen die één keer een paniekaanval hebben ervaren in een spiraal kunnen komen waar bij vermijding een grote rol gaat spelen (kennisnet VGCT).

Paniekaanval

Wat houdt het probleem in stand?

Vermijding en veiligheidsgedrag houdt je probleem in stand en zorgt ervoor dat paniekaanvallen blijven optreden (zie: figuur hieronder).  Door te vermijden vertel je jezelf eigenlijk: ik heb het probleem vermeden en daardoor is mijn angstige gedachte niet tot waarheid geworden. Of: ‘Ik ben niet gaan hardlopen, want door de snelle hartslag krijg ik een paniekaanval. De reden dat ik nu geen paniekaanval heb gehad, is omdat ik niet ben gaan hardlopen. Door middel van vermijding houdt je dus je angsten in stand

Om je angstklachten te verminderen is het dus enorm belangrijk om vermijding en veiligheidsgedrag te laten vallen.  Met veiligheidsgedrag bedoelen we vermijding door middel van het uitvoeren van bepaalde gedragingen, om jezelf een veilig gevoel te geven, of een bepaald gevoel voor te zijn. Dit kan bijvoorbeeld zijn dat je op je ademhaling gaat letten om die onder controle te houden, omdat je bang bent anders een hartaanval te krijgen. Hier leer je jezelf opnieuw aan dat een goede uitkomst veroorzaakt wordt door jouw eigen handelingen. Er is geen ruimte voor de hersenen om het tegendeel te leren en dus houdt dit de angsten in stand.

Wat kan je zelf doen bij een paniekaanval?

Preventie

Paniek ontstaat vaak door lange periodes van stress en overbelasting. Hierdoor raakt je sympathisch zenuwstelsel (verantwoordelijk voor de actieve toestand van lichaam) ontregeld. Het is daarom belangrijk om te zorgen dat die stress en spanning iets uit je lichaam verdwijnt. Hierdoor ontstaat er een betere balans in het zenuwstelsel, waardoor je lichaam weer leert om ook in de ontspannen modus te verkeren.

Ons lichaam en brein werkt als het ware op basis van bepaalde drempelwaarde, bijvoorbeeld een hoeveelheid stress die je aankan. Deze waarde verschillen per persoon maar soms ook per periode en zijn afhankelijk van je algehele gemoedstoestand. Hoe verder je er vanaf zit, hoe beter je een stressor of gebeurtenis aankunt zonder ervan in paniek te raken.

Dingen als spanning door zorgen, vastzittende spieren of over alertheid zijn niet bevorderlijk voor je gemoedsrust en daarmee de drempelwaarde. Belangrijk is dus om te zorgen voor een meer ontspannen modus van je lichaam en brein om veerkrachtig te zijn in bepaalde situaties. Daarmee creëren je meer mentale ruimte om stress of vervelende gebeurtenissen te verwerken en met minder angst deze situaties het hoofd te bieden. Belangrijk om dus prioriteit te geven aan ontspanning en signalen van je lichaam. Spierontspannings- of ademhalingsoefeningen zoals bijvoorbeeld hartcoherentie kunnen daarbij helpen om die balans te vinden.

Acceptatie

Er zijn dus verschillende manieren om een paniekaanval te voorkomen, maar wanneer de paniekaanval al in gang is gezet, is het het belangrijkst om het te erkennen en te accepteren. Erken dat je bang bent en in paniek begint te raken, ben je bewust van de fysieke reacties in je lichaam ren realiseer je ook dat deze weer over gaan.

Paniek leidt tot een tijdelijke reactie van het lichaam, een reactie die ook weer overgaat. Meestal duurt een paniekaanval maar een paar minuten. Hoe meer je je verzet tegen de paniek en de angst om de controle te verliezen hoe heviger de aanval vaak wordt. Leer jezelf het gevoel te accepteren en weet dat het weer over gaat.

Belangrijk is ook dat je een paniekaanval niet weg gaat ademen, maar dat je leert dat paniek komt en gaat. Hierdoor krijg je meer vertrouwen in het eigen lichaam. De kern van een paniekaanval is namelijk jouw eigen gedachte dat er iets catastrofaals gebeurt en je de controle kwijt raakt.

Schrijven

Wanneer je hebt geaccepteerd dat de paniek je kan overkomen, maar ook weer zal verdwijnen, helpt het misschien om de dingen die je ervaart op te schrijven. Wat voel je in je lichaam? Wat zijn je gedachten? Ben je ergens specifiek bang voor? Het opschrijven maakt dat je afstand kunt nemen van het probleem, alsof het van een ander is. Wellicht neemt de lading van de gevoelens af, en kun je er vanuit de ‘derde persoon’ naar kijken.

Misschien dat je achteraf inzicht hebt in wat nou de ‘oorzaak’ was van de aanval. Wat was de trigger om in paniek te raken? Hoe zag je week eruit? Heb je het toevallig erg druk gehad of veel stress ervaren? 

Waarom Hartcoherentie

Hulp bij paniekaanvallen

Angst en paniek ervaren we allemaal en is een gezonde en vaak nuttige reactie van ons brein en lichaam. Maar als paniek en angst je dag gaat beheersen en je belemmert in je functioneren is het belangrijk hier werk van te maken. Voor paniekaanvallen geldt zeker dat voorkomen makkelijker is dan genezen. Het is van belang dat je zorgt voor een algemene rusttoestand in je lichaam. Daardoor bereik je minder snel de drempelwaarde van paniek. Dit kun je doen door bijvoorbeeld ademhalings- of ontspanningsoefeningen in je dag te plannen, of andere rustmomentjes te pakken. Vermijding van ‘enge’ dingen of bepaalde situaties lijkt misschien op korte termijn de oplossing maar je houdt daarmee een en vicieuze cirkel in stand. Als je een paniekaanval krijgt, probeer je te focussen op acceptatie en bedenk je dat het vanzelf weer over gaat. 

Een psycholoog kan je helpen om stap voor stap deze gewoonten te doorbreken en controle terug te nemen over je angsten. Wil je graag advies over je klachten om zoek je hulp van een psycholoog? Ons team van therapeuten in Zeist en Soest staan voor je klaar en helpen je graag.

Deze blog is geschreven door Ilse Mennen; psycholoog, biofeedback & neurofeedback therapeut en eigenaar van BrainNetwork. Ilse heeft veel ervaring als therapeut met de inzet van ervarings- en lichaamsgerichte behandelmethode zoals biofeedback en neurofeedback en schrijft regelmatig over haar ervaringen vanuit de praktijk.

Wat is complex trauma?

Complex trauma verwijst naar langdurige en herhaalde traumatische ervaringen, meestal van interpersoonlijke aard, die plaatsvinden in de vroege stadia van…

Wat is ACT Therapie en hoe kan het je helpen?

ACT Therapie staat voor acceptance and commitment therapy en wordt gezien als een vorm van gedragstherapie zoals CGT. De behandelmethode…

Wat is EMDR en bij welke klachten is deze behandeling effectief?

Je hebt er misschien al eens van gehoord: EMDR. Dit is een type therapie voor mensen die last hebben en…

Wat te doen bij een paniekaanval

Iedereen is wel eens bang of angstig. Angst is een natuurlijke reactie of dreiging of gevaar, het maakt ons alert…

Neurofeedback BrainNetwork

Het ontstaan van Neurofeedback

Neurofeedback is een opkomende en “nieuwe” behandeling, maar gaat eigenlijk al terug tot ongeveer 1960. De geschiedenis aan onderzoekers in dit veld heeft het mogelijk gemaakt voor ons om Neurofeedback te gebruiken als tool voor veel verschillende klachten. Neurofeedback levert in de praktijk mooie resultaten op. Maar hoe is het nu eigenlijk ontstaan? Dit blog geeft uitleg over de geschiedenis aan onderzoek die er toe heeft geleid dat wij bij BrainNetwork Neurofeedback kunnen toepassen om jou te helpen met bepaalde klachten. Op het eind zullen we uitleggen hoe het in de huidige tijd wordt toegepast.

Het begin

Rond 1960 stond EEG-onderzoek naar slaap- en waak toestanden centraal. Pavlov deed onderzoek naar interne inhibitie bij de overgang van waken naar slapen. Interne inhibitie speelt een rol bij het onderdrukken van aangeleerde reacties, en leidt tot een verminderde beweeglijkheid en een gerichtere aandacht. Er zijn bepaalde hersengolven die hiermee te maken hebben, dit zijn hersengolven van twaalf tot vijftien Hertz. Deze hersengolven worden samen het sensomotorisch ritme (SMR) genoemd.

Onderzoeker Barry Sterman deed onderzoek op dit gebied bij katten. Hij leerde katten een geconditioneerde (aangeleerde) reactie aan. De katten moesten op een hendel drukken om voedsel te ontvangen. Nadat de katten dat geleerd hadden, leerde hij de katten een tegengestelde reactie aan: op het moment dat er een toon werd aangeboden, vond er geen voedsel aanbieding plaats. Drukt de kat toch op de hendel, dan houdt de toon langer aan. De katten leren dan om de hendel niet in te drukken als er een toon klinkt. Het onderdrukken van het eerder aangeleerde proces van het indrukken van de hendel, is te beschouwen als interne inhibitie. Sterman ontdekte dat op dat moment het SMR verscheen. Dit SMR vertoonde een gelijkenis met slaapspoelen. Slaapspoelen zijn plotselinge hoogfrequente uitslagen in het EEG die de slaap stabiliseren. Er zijn aanwijzingen dat deze slaapspoelen verband houden met de hoeveelheid leren die voor het slapen plaats heeft gevonden. Ook toonde Sterman aan dat het aantal slaapspoelen in de slaap van de getrainde katten duidelijk steeg. De verhoging van het SMR bij neurofeedback heeft dus waarschijnlijk een positief effect op de slaap.

Een doorbraak kwam in 1967, toen de NASA proefdieren zocht in verband met hun ruimtereizen. Er werd toen onderzoek gedaan naar het effect van schadelijke brandstofdampen. Sterman testte dit wederom bij katten. De meeste proefdieren kregen na ongeveer een uur een epileptische aanval, behalve één groep katten. Die katten had Sterman getraind door ze te belonen wanneer het SMR ritme optrad. Hiermee werd de basis gelegd voor neurofeedback: de mogelijkheid om hersenactiviteit te reguleren via operante conditionering. 

QEEG meting bij Neurofeedback

Neurofeedback bij ADHD

In 1976 ontdekte Joel Lubar dat neurofeedback ook effect had bij ADHD. Hier was al aanleiding voor, omdat slaap ontregelingen bij ADHD vaak een belangrijke rol speelden. Hij stelde, naar aanleiding van al het eerdere onderzoek, dat training van de SMR zou leiden tot een verbetering van het inhibitievermogen. Zoals al eerder werd gezegd zorgt interne inhibitie voor meer gerichte aandacht en verminderde beweeglijkheid.
Inhibitie werd gemeten door middel van spierspanning en een beschrijving van het gedrag van jongens met ADHD in een schoolomgeving. Bij de trainingsperiode werd de SMR gestimuleerd en de thèta-activiteit onderdrukt, waarna inderdaad de spierspanning verminderde en het gedrag verbeterde. In een volgende trainingsperiode waarin de thèta-activiteit werd gestimuleerd en de SMR onderdrukt, bereikte men juist een tegenovergesteld effect.

Neurofeedback BrainNetwork

Bij BrainNetwork zijn we gekwalificeerd als Neurofeedback specialist BCN en lid van BCIA. Dit is het enige erkende internationale instituut voor opleiding en professionalisering van neurofeedback therapeuten. Check daarom voordat je start met een Neurofeedback traject of de aanbieder BCIA gecertificeerd is. 

Binnen Neurofeedback als behandeling zijn er verschillende manieren waarop het wordt uitgevoerd door verschillende aanbieders. Bij BrainNetwork werken wij volgens de klassieke methode. Hierbij worden bepaalde frequenties in de hersenen omhoog of omlaag getraind. 

Klassieke neurofeedback

Bij klassieke neurofeedback maken we eerst een QEEG. Op basis hiervan wordt een behandelplan opgesteld. Tijdens de neurofeedback behandeling krijg je opdrachten die je moet doen, op basis van een film op een beeldscherm. Je moet bijvoorbeeld een figuurtje naar een bepaald doel leiden, of zorgen dat de film helder te zien is in plaats van vervaagd. Dit doe je door middel van het controleren van je eigen hersengolven. Hoe beter je deze reguleert, hoe beter de opdracht lukt. Naarmate de training vordert stellen we het programma zo in, dat er beter gepresteerd moet worden voordat de opdracht lukt. Je beloont als het ware het goed reguleren van de hersengolven door het resultaat wat te zien is op het scherm. Door beloning leren je hersenen wat de optimale hersenactiviteit is. Daardoor worden er ook nieuwe verbindingen gemaakt en oude afgebroken. Daarom is het effect van neurofeedback blijvend; het is een techniek die je aanleert en niet meer verleert. 


Ben jij benieuwd wat Neurofeedback voor jouw klachten kan doen? Neem dan contact met ons op en plan een gratis en vrijblijvend kennismakingsgesprek in!

Wanneer naar een psycholoog

Wanneer ga je naar een psycholoog?

Misschien heb je er wel wat van meegekregen: de lange wachttijden bij de geestelijke gezondheidszorg. Veel meer mensen kiezen er tegenwoordig voor om psychologische hulp te zoeken. Wellicht is het aantal mensen met psychische klachten toegenomen, maar misschien komt het ook omdat we meer bewust zijn van onze mentale gesteldheid en de invloed die dat heeft op ons dagelijks functioneren.

Openheid over psychische klachten

Het ministerie van volksgezondheid houdt zich ook bezig met het verminderen van het taboe op psychische klachten. Misschien heb je de campagne ‘Hey, het is oké’ wel gehoord. Deze campagne staat voor meer openheid over psychische klachten. In opdracht van het ministerie van volksgezondheid is er ook een onderzoek uitgevoerd naar het taboe wat betreft psychische klachten. Driekwart van de Nederlanders vindt praten over psychische klachten of aandoeningen normaal. Ook is er een overwegend positieve houding ten opzichte van mensen met klachten of aandoeningen. Bijna niemand vindt dat deze mensen zich aanstellen. Bij 12 procent van de Nederlanders veranderde hun beeld van mensen met klachten of aandoeningen het afgelopen jaar. Deze verandering is vrijwel altijd positief: zij hebben meer begrip gekregen, onder andere door eigen ervaringen, ervaringen in de omgeving of de corona crisis. Het blijkt nog wel dat mensen zichzelf ervaren als erg open over dit onderwerp, maar van de omgeving verwacht dit niet te zijn. Dit weerhoud mensen er dan toch van om over psychische problemen te praten. Je hoeft echter ook niet altijd met je omgeving over je problemen te praten. Sommige dingen bespreek je misschien liever niet zomaar met iedereen. Je kunt daarvoor ook de hulp inschakelen van een psycholoog.

Waarom een psycholoog?

Er zijn veel verschillende redenen waarom mensen hulp zoeken bij een psycholoog. Maar wanneer moet je er zelf aan gaan denken om hulp te zoeken? Het antwoord is vrij simpel: wanneer je denkt dat je hulp nodig hebt. Dit is bij ieder persoon verschillend. Het leven loopt nou eenmaal niet altijd soepel. Misschien heb je in een korte tijd veel veranderingen of gebeurtenissen doorgemaakt, en levert dit je stress op.  Of je zit een poosje in een dipje en weet niet zo goed hoe je hieruit moet raken. Het kan ook zijn dat je bepaalde dingen in leven wilt veranderen, maar niet precies weet hoe. Al deze dingen (en nog veel meer) kunnen een reden zijn om op zoek te gaan naar een psycholoog. Probeer er eens op deze manier te kijken: wanneer je je been breekt, is het niet meer dan normaal om naar een dokter te gaan (het is zelfs idioot om het niet te doen). Maar wanneer je geestelijk opbreekt, is het dan ook niet meer dan normaal om daar de juiste ‘dokter’ voor te zoeken? Eigenlijk bij alles wat er geestelijk aan de hand is, wat je niet alleen kunt of wilt oplossen, kun je een psycholoog inschakelen.

Bij BrainNetwork zien wij verschillende mensen die allemaal een andere hulpvraag hebben.

Wanneer naar een psycholoog

Wat kan een psycholoog voor jou doen?

Wanneer je bijvoorbeeld problemen ervaart in je dagelijks functioneren door psychische klachten, kun je ervoor kiezen de hulp van een psycholoog in te schakelen. Wij psychologen zijn altijd gericht op jouw wensen en voorkeuren. Daarom luisteren we altijd naar jouw hulpvraag. Samen maken we een plan voor behandeling, waar we ook doelen opstellen. Er wordt ook een behandelmethode gekozen die het beste past bij jouw klachten. Hieronder voorbeelden van behandelmethoden die wij bij BrainNetwork kunnen inzetten.

Cognitieve Gedragstherapie (CGT)

Acceptance & Commitment Therapy (ACT)

EMDR (Eye Movement Desensitization & Reprocessing)

Psychomotorische therapie

Biofeedback

Neurofeedback

Wanneer naar Psycholoog

Kun je zomaar bij een psycholoog terecht?

Ja. Je kunt zomaar bij een psycholoog terecht. Echter voor een vergoeding vanuit de verzekering heb je een verwijsbrief van de huisarts nodig. Check altijd eerst even of je behandeling geheel of gedeeltelijk vergoed wordt door jouw zorgverzekering. 
Maar: wanneer de behandeling valt onder ‘complementaire’ of ‘alternatieve’ zorg, zit het sowieso niet standaard in je basispakket en heb je ook geen verwijsbrief nodig. Wel kun je dan een vergoeding aanvragen door de facturen door te sturen naar je zorgverzekering, mits dit in je pakket zit.

Wil je graag meer weten of advies over je klachten? Neem gerust contact op met ons team in Zeist en Soest.

Lichaamsgerichte therapie

Wat is lichaamsgerichte therapie?

Lichaamsgerichte therapie vormen zijn de laatste jaren sterk in opkomst. Dit is ook wel te begrijpen, je lichaam en brein vormen namelijk een sterk netwerk en hebben een grote invloed op elkaar. In onze praktijk zien we dat veel psychische klachten zich ook bijna vertalen naar  lichamelijke klachten. Soms is die link tussen psychische klachten lichamelijke klachten heel duidelijk, maar vaak ook niet. Psychische en lichamelijke klachten  kunnen elkaar versterken en in stand houden. Daarnaast kunnen signalen van je lichaam ook waardevolle inzichten geven in bewust(e) of onbewust(e) gedachten of gedrag. In de blog leggen we je graag meer uit over verschillende lichaamsgerichte therapievormen zoals biofeedback & hartcoherentie.

1. Wat is lichaamsgerichte therapie?
2. Verschillende van lichaamsgerichte therapie (Biofeedback, Hartcoherentie, PMT)
3. Korte uitleg Biofeedback
4. Korte uitleg Hartcoherentie
5. Korte uitleg PMT
6. De inzet van lichaamsgerichte therapie bij verschillende psychische klachten
7. Vergoedingen lichaamsgerichte therapie

Wat is lichaamsgerichte therapie?

Ons brein, hart en lichaam zijn sterk met elkaar verbonden. Psychische klachten hebben daarom vaak ook een voelbaar effect op je fysieke gesteldheid. Als je mentaal niet fit voelt kan dit zich bijvoorbeeld uiten in lichamelijke klachten zoals bijvoorbeeld: hoofdpijn, slaapproblemen, migraine, hartklachten of darmklachten.

Lichaamsgerichte therapievormen binnen de psychologie gaan uit van een holistische benadering van verschillende psychische klachten. Deze therapievormen richten zich op het verkennen en herstellen van de relatie (balans) tussen je lichaam en brein. Je lichaam en brein zijn sterk met elkaar verbonden en dit systeem heeft een groot zelflerend vermogen. Door middel van lichaamsgerichte therapie kan een psycholoog je helpen om gevoelens en gedachten te observeren en te ervaren hoe je hier fysiek op reageert. Je leert dus wat er in je lichaam gebeurt en hoe dat in relatie kan staan tot je gedrag, emoties en mentale gezondheid/weerbaarheid. Door vervolgens het zelflerend vermogen aan te spreken kan je deze ervaring/inzichten omzetten in andere patronen, gedachten of gedrag.

In dit proces speelt je autonome zenuwstelsel een belangrijk rol.  Het autonome zenuwstelsel is een deel van het zenuwstelsel dat automatisch en onbewust fysiologische processen regelt in je lichaam. Dit systeem bestaat uit twee delen: het sympathische zenuwstelsel en het parasympatische zenuwstelsel. Het sympathische zenuwstelsel is verantwoordelijk voor het activeren van het lichaam tijdens stress en het parasympatische zenuwstelsel is verantwoordelijk voor het kalmeren en herstellen van het lichaam tijdens rust. Lichaamsgerichte therapievormen zoals biofeedback, hartcoherentie, of bijvoorbeeld meditatie kunnen je helpen om het autonome zenuwstelsel te ontspannen en de balans te vinden tussen het sympathische en het parasympatische deel van dit systeem.

Lichaamsgerichte therapie

Verschillende vormen van lichaamsgerichte therapie

Lichaamsgerichte therapieën kunnen een krachtig hulpmiddel zijn als je  worstelt met mentale gezondheidsproblemen zoals stress, angst, depressie & trauma. Er zijn veel verschillende toepassingen  van lichaamsgerichte therapie zoals onder andere mindfulness, biofeedback, ademhalingsoefeningen & PMT. Waarbij de ene methode wat  meer gericht is op een algeheel mentaal welzijn en de andere methoden verder gaan in het bewust worden en verminderen van psychische klachten. 

Als psychologenpraktijk zien we veel voordelen in deze holistische benadering van verschillende klachten en ook in de combinatie met cognitieve therapievormen zoals CGT en ACT zijn we een positief effect op het langdurig verminderen van klachten. Daarbij maken we in onze behandeltrajecten met name gebruik van biofeedback, hartcoherentie training en onderdelen van psychomotorische therapie. We leggen je graag meer uit over deze verschillende vormen van lichaamsgerichte therapie.

Korte uitleg over Biofeedback

Biofeedback is een therapie waarbij je fysiologische processen kunt leren begrijpen en beheersen door middel van directe feedback. Door middel van sensoren die zijn aangesloten op je lichaam worden lichaamssignalen inzichtelijk gemaakt met behulp van speciale meetapparatuur. Je kan de denk aan lichaamssignalen zoals spierspanning, hartslag, huidgeleiding, ademhaling en huidtemperatuur die gemeten kunnen worden.

Op een scherm  kan een psycholoog je vervolgens direct laten zien wat er gemeten wordt en hoe deze lichaamssignalen  reageren op je handelen. Zo kunnen we bijvoorbeeld het effect, een fysieke reactie zoals verhoogde ademhaling,  van een nare of stressvolle gedachte direct zichtbaar maken. Uiteindelijk is het doel dat je door middel van biofeedback je  eigen lichaamssignalen weet te herkennen, en deze daardoor ook kan controleren.

Een voorbeeld: stel nou dat je erg gestrest bent voor een belangrijke presentatie voor je werk. Er komen telkens gedachten naar boven. Wat nou als het fout gaat? Wat nou als mensen mijn werk niet interessant vinden? Bij het ontstaan van dit soort stressvolle gedachten gebeurt er iets met je lichaam. Je voelt je hart misschien sneller kloppen, of je begint te zweten. Maar soms zijn die lichamelijke signalen niet makkelijk op te merken. Biofeedback geeft je dan inzicht in wat er precies in je lichaam gebeurt en wat jouw persoonlijke signalen zijn, zodat je die later kunt herkennen.

Op onze website gaan we verder in op de toepassing van biofeedback in onze behandelingen. Op de pagina van de biofeedback vereniging lees je ook meer over deze lichaamsgerichte therapie vorm.

Korte uitleg over Hartcoherentie training

Hartcoherentie training is een lichaamsgerichte methode om meer rust en balans te creëren door je ademhaling bewust te sturen op het ritme van je hartslag.  Door middel van ademhalingsoefeningen, visualisatie en  bewustzijnstraining leer je om je hartslag reguleren. Hartcoherentie wordt steeds meer gebruikt om onder andere stressklachten te verminderen, prestaties (onder druk)  te verbeteren en een algeheel welzijn te verhogen. 

Hartcoherentie training is daarmee een relatief  eenvoudige, maar doeltreffende techniek die je kan helpen om meer in balans te komen. Doordat hartcoherentie je effectief kan helpen te ontspannen wordt deze behandelmethode ook vaak toegepast als aanvulling op andere therapievormen die juist soms als stressvol worden ervaren. 

Met een korte uitleg en eventueel begeleiding van een psycholoog kan je  zelf al snel starten met hartcoherentie en oefenen met ademhalingsoefeningen. Kijk hier voor een korte animatie over hartcoherentie.

Korte uitleg over PMT

Psychomotorische therapie of PMT is een lichaamsgerichte therapievorm die gebruik maakt van beweging (ervaringen) en lichamelijke expressie om emotionele klachten te verminderen. In deze therapievorm staan doen en ervaren centraal. Door middel van lichaams- en bewegingsgerichte oefeningen staan we stil bij je gedrag, emoties, lichaamssignalen en je gedachten. 

PMT kan bijdragen aan het verhogen van je emotioneel bewustzijn, het anders leren omgaan met stress & angst en vergroten van je zelfvertrouwen. Een psycholoog kan het ook inzetten om je te helpen meer inzicht te krijgen in je eigen persoonlijkheid en hoe je omgaat met controle. Deze behandelmethode of onderdelen daarvan kunnen daarmee een effectieve aanvulling zijn in de behandeling van diverse psychische gezondheidsproblemen zoals  depressie,stressklachten, angststoornis en trauma.

Psycholoog Amersfoort

De inzet van lichaamsgerichte therapievormen

Lichaamsgerichte therapievormen zoals biofeedback, hartcoherentie en PMT kunnen effectief ingezet worden bij het verminderen van verschillende psychische klachten en ook een waardevolle aanvulling zijn op andere behandeltechnieken. In de praktijk,  en ook uit onderzoek, zien we dat deze methode effectief kunnen bijdrage bij het verminderen van angstklachten (Goessl et al., 2017), stemmingsklachten, verwerken van trauma maar ook bij migraine (Nestoriuc et al., 2007), ADD/ADHD en hoge bloeddruk (Biofeedback Vereniging Nederland, 2021). 

Het mooie van verschillende vormen van lichaamsgerichte therapie is dat je oefeningen leert die je ook vaak zelf thuis kan passen, zelfs na afloop van het behandeltraject. Hierdoor heb je minder kans dat de klachten weer terugkomen. Daarnaast zijn behandelmethoden zoals biofeedback en hartcoherentie heel concreet en inzichtelijk, wat vaak veel houvast geeft in de behandeling. Lichaamsgerichte therapievormen zijn dan ook vaak kortdurende trajecten wanneer je vervolgens zelf aan de slag gaat met de geleerde technieken.

Combinatie met andere behandelmethoden

Lichaamsgerichte therapievormen kunnen een sterke aanvulling zijn op andere (cognitieve) behandelmethode zoals Cognitieve Gedragstherapie, ACT of EMDR. Je brein en lichaam vormen een sterk netwerk en door de combinatie van behandelmethoden (holistische benadering) kunnen we beiden aanspreken in het verminderen van psychische klachten. Zo leer je bijvoorbeeld  niet alleen de signalen te herkennen van je lichaam, maar ook hoe je daar anders mee om kunt gaan. Ook kan lichaamsgerichte therapie je helpen om bepaalde gedachten en gedrag te ervaren en je daarmee tot nieuwe inzichten brengen.

Vergoedingen lichaamsgerichte therapie

Een behandeling door een psycholoog kan vergoed worden vanuit de basisverzekering (basis GGZ), alleen onder verwijzing van een (huis)arts. Daarbij bepaald je type klacht, de afspraken die een psychologen praktijk heeft met de verzekeraar en de behandelmethode de mogelijke vergoeding. Lichaamsgerichte therapievormen vallen over het algemeen niet onder de basisverzekering maar worden gezien als complementaire zorg. De meeste zorgverzekeraars bieden wel een vergoeding vanuit de aanvullende verzekeringen voor deze type zorg. Laat je dus altijd goed informeren, lees ook meer op onze pagina over vergoedingen.

Ben jij op zoek naar een psycholoog in de omgeving Zeist of Soest die lichaamsgericht werkt? Of ben je benieuwd of Biofeedback iets voor jou is? Bij psychologenpraktijk BrainNetwork helpen we je graag. Neem vrijblijvend contact met ons op, dan kunnen we kijken naar de mogelijkheden voor jou.

In onze Psychologie Blog vind je meer artikelen over de inzet van lichaamsgerichte therapievormen

Polyvagaaltheorie

Wat is polyvagaaltheorie? Rol van ons zenuwstelsel bij stress & trauma

Wellicht heb je er al eens van gehoord: de polyvagaaltheorie. Deze theorie gaat ervan uit dat ons zenuwstelsel meerdere verdedigingsstrategieën hanteert wanneer we stress ervaren. Denk aan vechten, vluchten of bevriezen. We kiezen de reactie bij stress onvrijwillig: deze wordt onbewust aangestuurd door het zenuwstelsel – en verschilt per persoon. Het doorgronden van de respons die bij jou optreedt, kan helpen om problemen aan te pakken. We lichten je er graag meer over toe in dit artikel.

1. De werking van ons zenuwstelsel
2. Polyvagaaltheorie: ‘de wetenschap van veiligheid’
3. De werking van ons systeem bij veiligheid of onveiligheid
4. Polyvagaaltheorie: Schuiven tussen de systemen door het zenuwstelsel
5. Polyvagaaltheorie: visie bij behandeling door een psycholoog
6. Meer over de Polyvagaaltheorie

De werking van ons zenuwstelsel

Voordat we verder in gaan op de polyvagaaltheorie eerste een korte introductie over onze zenuwstelsel. In ons lichaam zijn er allerlei systemen in werking, een belangrijk systeem is ons zenuwstelsel. Ons zenuwstelsel vormt een ingenieus netwerk van zenuwcellen dat met elkaar verbonden is. Het zenuwstelsel heeft daarbij een belangrijke werking binnen ons lichaam. In het kort zou je het kunnen zien als een netwerk waarbij informatie van de hersenen naar verschillende delen van het lichaam wordt gestuurd, en andersom. Zo lukt het ons om de zintuigen te gebruiken of om de spieren aan te sturen.

We maken daarbij onderscheid tussen het animale zenuwstelsel en het autonome zenuwstelsel. Het animale zenuwstelsel staat in verbinding met je gedachten en vrije wil. Je kunt bijvoorbeeld ja-knikken wanneer je dat wilt: dit stuur je zelf aan. Anderzijds is er het autonome zenuwstelsel, dat automatisch functioneert. Het regelt de zaken in je lichaam waarover je niet hoeft na te denken, zoals je spijsvertering en het kloppen van je hart. Deze systemen worden ook geactiveerd wanner je stress ervaart en bepalen voor een bepaalde mate hoe je reageert op bepaalde situaties.

Polyvagaaltheorie: ‘de wetenschap van veiligheid’

Ons autonome zenuwstelsel treedt ook in werking bij stressprikkels: het herkent gevaar en zoekt een passende omgangsvorm. De polyvagaaltheorie, waarbij ‘poly’ staat voor ‘meer’, gaat ervan uit dat ons zenuwstelsel verschillende verdedigingsstrategieën hanteert wanneer we stress ervaren.Deze theorie is ontwikkeld door Stephen W. Porges. Het wordt ook wel ‘de wetenschap van veiligheid’ genoemd, waarmee we een verklaring hebben voor de werking van het autonome zenuwstelsel bij stress, trauma of angst (onveilig voelen).

De werking van ons systeem bij veiligheid of onveiligheid

We kennen allemaal de zogenoemde vecht-of-vluchtreactie (fight or flight), evenals de bevriezing (freeze). Volgens de polyvagaaltheorie kiezen we niet vrijwillig voor één van de twee reacties bij de dreiging van gevaar, maar wordt deze systematisch bepaald door ons zenuwstelsel. Kortom: het zenuwstelsel kiest wat er op een bepaald moment het best is om onze veiligheid te waarborgen.

Er zijn volgens de polyvagaaltheorie drie systemen waar we naar kunnen handelen, die werken als een hiërarchische ladder. Eén systeem betreft een veilige situatie, twee systemen betreffen een onveilige situatie. Werkt het bovenste systeem niet? Dan ga je een traptrede omlaag. Werk het middelste systeem ook niet? Dan zak je nog een trede. Is het gevaar voorbij? Dan kun je weer een trede omhoog.

Deze systemen bevinden zich binnen ons zenuwstelsel op verschillende plekken in het lichaam en werken ieder op een eigen manier. Hieronder vind je de benamingen van de drie systemen, waarna we verder ingaan op de precieze werking.

Ventrale vagale systeem:
Treedt op als we ons veilig voelen, Social Engagement System. Dit maakt dat je sociaal kunt zijn, kunt verbinden en creatief kunt zijn

Sympathisch systeem:
Treedt op als we ons (enigszins) onveilig voelen. Het is het systeem dat de meer primitieve vecht-of-vlucht responsen activeert.

Dorsale vagale systeem:
Treedt op als we ons (sterk) onveilig voelen en kan leiden tot een bevries reactie

Polyvagaal theorie

1) Bovenste systeem: Ventrale vagale systeem

Binnen de ordening van systemen volgens de polyvagaaltheorie, wordt het bovenste systeem geregeld door de ventrale nervus vagus. De ventrale nervus vagus is onderdeel van het parasympatische zenuwstelsel (aansturing van tot rust komen, maar ook bevriezing), en loopt van het hart en de borst naar het gezicht en de kaken. Deze gezicht-hartverbinding zorgt voor de mogelijkheid tot betrokkenheid. Dit is binnen ons zenuwstelsel een relatief nieuw ontwikkeld systeem, dat niet altijd heeft bestaan in ons lichaam.

Middels dit systeem, ook wel het Social Engagement System genoemd, kun je verbinding aangaan. Je gaat de connectie aan met anderen of met jezelf. Het lukt je om zaken op te lossen of om hulp te vragen. Dit is mogelijk als je je veilig voelt en er geen gevaar of stress aanwezig is.

Onze aandacht is in het bovenste systeem dus gericht op verbinding. Dit organiseren we middels co-regulatie: noodzakelijk in ons leven voor troost, geruststelling en veiligheid. Co-regulatie vindt met name plaats tussen baby’s en jonge kinderen met hun ouders: het zenuwstelselsysteem is nog niet (voldoende) ontwikkeld, en kleine kinderen kunnen zichzelf niet reguleren. Een kind leert zelfregulatie via de ouder. Co-regulatie vindt ook plaats bij volwassenen: in positieve relaties met je partner, familieleden, vrienden of collega’s. Een luisterend oor, iemand die je goed aankijkt of een arm om de schouder kan veel goeds teweegbrengen.

2) Middelste systeem: Sympathisch systeem

Het middelste systeem wordt geregeld door activatie van het sympathische zenuwstelsel (aansturing van actie, in beweging komen). Zodra er een stressvolle situatie ontstaat (wat bij iedere persoon door iets anders kan worden getriggerd!), komen onder andere adrenaline en cortisol vrij in je lichaam. Je hartslag neemt toe en je bloeddruk verhoogt. Het sympathische zenuwstelsel stelt ons in staat om actie te ondernemen: dit is het gaspedaal van je lichaam.

Soms is deze staat wenselijk. Het maakt bijvoorbeeld dat we kunnen rennen om snel een trein te halen. Echter kan deze staat ook optreden wanneer er een stressprikkel ontstaat op een moment dat dit voor jou niet wenselijk is. Bijvoorbeeld als je je tijdens je vrije dag druk maakt over problemen op je werk.

Je wordt alert en voelt meer energie: je lichaam maakt zich klaar om te vechten of vluchten bij stress. In de moderne samenleving hoeven we meestal niet daadwerkelijk te vechten of vluchten, maar wel uiten we een gedragsverandering: we komen gestrest, geagiteerd of gehaast over.

3) Onderste systeem: Dorsale vagale systeem

Tot slot is er de onderste trede, die wordt geregeld door de dorsale nervus vagus. De dorsale nervus vagus is (net als de ventrale nervus vagus, het bovenste systeem) onderdeel van het parasympatische zenuwstelsel, en bevindt zich met name wat dieper in je lichaam, in de buik. Dit is binnen ons zenuwstelsel het oudste systeem, dat al in de oertijd heeft bestaan in ons lichaam. Het regelt tevens het rusten en verteren van voedsel, evenals de bevriezingsreactie.

Het bewustzijn wordt uitgeschakeld in het onderste systeem, het lichaam spaart energie en het beschermt je tegen lichamelijke en psychische pijn. Het wordt gezien als een bewustzijnsverlagingsstrategie of overlevingsstrategie om te doen alsof je dood bent: het lichaam trapt volledig op de rem. Denk maar aan een gevangen muis die voor dood speelt in de bek van een kat. De muis is niet dood, maar zijn zenuwstelsel zet deze reactie in werking om de overlevingskans te vergroten.

Je komt in dit onderste systeem terecht wanneer het middelste systeem niet voldoende effectief is volgens het zenuwstelsel. Dit gebeurt bij dreigende situaties, bijvoorbeeld wanneer je getuige bent van een ongeval. Bij trauma zie je dit als iemand dissocieert. Maar ook bij minder levensbedreigende situaties treedt dit systeem op: wanneer je een presentatie moet geven en plotseling alles bent vergeten, of wanneer je onverwachts voor het blok wordt gezet. Je bevriest.

Polyvagaaltheorie: schuiven tussen de systemen door het zenuwstelsel

Nu je de drie systemen kent, is het naar de polyvagaaltheorie belangrijk om te benadrukken dat je stapsgewijs schuift tussen deze systemen. Stel dat je plotseling door collega’s voor het blok wordt gezet en bevriest: dat is het onderste systeem. Vervolgens schuif je naar het middelste systeem: je zit vol adrenaline, je bent boos op je collega’s en neemt het ze kwalijk. Wellicht uit je je irritatie. Pas daarna kun je weer terechtkomen in het bovenste systeem: je voelt je weer sociaal en veilig – al kan dat wellicht even duren.

Systeem twee en drie: sociale verbinding is moeilijk

Sociale verbinding is belangrijk voor de mens. We hebben het nodig om ons veilig te voelen en om stabiliteit te ervaren. Veiligheid en betrokkenheid zijn essentieel voor gezondheid, groei en herstel.

In het eerste systeem (ventrale vagale systeem) lukt het om sociale verbinding plaats te laten vinden. In het tweede en derde systeem (sympathisch systeem en dorsale vagale systeem) zijn we die verbinding echter kwijt, omdat het risico om verbinding aan te gaan te groot is. Het is moeilijk om contact te zoeken of om hulp te vragen, en de mensen om je heen komen bedreigend op je over. Daarom is het nadelig om je (vaak) in de onderste twee systemen te bevinden. Je mist de sociale verbinding, terwijl deze juist zo essentieel is in ons leven.

Reactie op stress of trauma: per persoon verschillend

In de polyvagaaltheorie wordt benadrukt dat de reactie op stress of trauma per persoon verschillend is. Allereerst verschilt de inhoud van een trauma of stressvolle situatie voor iedereen. Waar de één na een ongemakkelijke ontmoeting met een nieuwe kennis voortaan vreest voor het leren kennen van nieuwe mensen, denkt de ander daar nooit meer over na.

Verder kies je onvrijwillig voor een bepaalde reactie binnen de systemen die we hierboven beschreven: het zenuwstelsel bepaalt dit voor jou. Je kiest dus niet bewust voor een mobiliserende vecht-of-vluchtreactie of juist een immobiliserende bevriesreactie bij stress of onveiligheid. Hier heb je zelfs geen invloed op. Nog voordat je bewust kunt redeneren over een bepaalde reactie, heeft je zenuwstelsel al gehandeld door een inschatting te maken van het mogelijke gevaar. Bij sommige mensen creëert een trigger vanuit de omgeving een vecht-of-vluchtreactie, maar andere mensen bevriezen door diezelfde trigger.

Vanuit welk systeem je zenuwstelsel reguleert bij bepaalde situaties, wordt gedurende ons leven ingericht. Soms al op jonge leeftijd. Door vroegkinderlijk trauma of een gebrek aan co-regulatie (iets aangedaan of verwaarlozing) schiet iemand gedurende de rest van het leven snel in systeem twee of drie: de houding om te vechten of vluchten, of te bevriezen. Ook trauma of langdurige stress op latere leeftijd heeft een negatieve invloed: het zenuwstelsel staat alerter afgesteld, en schiet sneller in systeem twee of drie. Gevaar wordt bij triggers sneller (soms te snel) gedetecteerd en overlevingsresponsen worden sneller (soms te snel) geactiveerd.

In het dagelijks leven: hevigere reacties op stress dan nodig

Trauma, langdurige stress of een gebrek aan co-regulatie maakt dus dat ons lichaam sneller overschakelt naar een systeem voor een onveilige situatie. Echter kan dit ook optreden zonder zoiets te hebben meegemaakt. Ons lichaam reageert op stress: dit is een oeroud systeem. Maar waar er in de oertijd nog reële gevaren waren waartegen we echt moesten vechten, vluchten of bevriezen, is dat in de moderne samenleving nog maar nauwelijks het geval. Toch handelt ons zenuwstelsel nog altijd snel en heftig op stressvolle situaties – ook als deze niet levensbedreigend zijn. Dit gebeurt nu eenmaal onvrijwillig en onbewust: zo’n grote invloed oefent het zenuwstelsel uit op jouw gevoelens en gedrag.

Die intense lichamelijke reactie vanuit het zenuwstelsel kan erg vervelend zijn in het dagelijks leven. Zo kan de vecht-of-vluchtreactie al optreden als je een mailtje krijgt van je baas of als je partner iets onaardigs zegt. Er is geen wezenlijk gevaar, maar je lichaam reageert wel op deze manier. Dit maakt het vervolgens weer moeilijk om sociale verbinding aan te gaan, wat je somber kan maken.

Polyvagaaltheorie: visie bij behandeling door een psycholoog

Ben je benieuwd welke rol de polyvagaaltheorie kan spelen in een behandeling door de psycholoog? Bij verschillende klachten kan de visie van deze theorie een rol spelen, waaronder stress of burn-out, angst, trauma en depressie. Maar ook wanneer je niet goed in je vel zit of het idee hebt dat je vastloopt in het leven. Bij psychologenpraktijk BrainNetwork werken we bij bepaalde klachten vanuit de  visie van de polyvagaaltheorie.

Het hanteren van deze visie werkt op verschillende manieren. Zo wordt in de polyvagaaltheorie vooropgesteld dat een gevoel van veiligheid cruciaal is voor genezingsprocessen, evenals het leiden van een prettig en gezond leven. Co-regulatie en verbinding spelen hierin een hoofdrol. Het ontbreken van dit veiligheidsgevoel, en daarbij een gebrek aan het verkeren in het bovenste systeem (ventrale vagale systeem), kan leiden tot psychische aandoeningen en lichamelijke ziekten.

Hier wordt door de polyvagaaltheorie gehoor aan gegeven: de behoefte aan een veiligheidsgevoel wordt in acht genomen, zoals ook door de psychologen bij BrainNetwork wordt gedaan in de behandeling. We kunnen je helpen om op de juiste manier op zoek te gaan naar een gevoel van veiligheid. Zo kunnen we aan de slag gaan met het leren van co-reguleren, mocht dit bij jou niet goed zijn ontwikkeld in je jonge jaren. Binnen de veilige therapeutische relatie kun je hierin groeien. Tevens vinden we het belangrijk om in onze praktijkruimte een veilige omgeving te creëren.

Verder biedt de polyvagaaltheorie een verklaring voor de werking van ons autonome zenuwstelsel bij stress of burn-out, angst, trauma en depressie. Deze inzichten kunnen worden toegepast tijdens een behandeling. Zo kunnen we onderzoeken welke responspatronen er bij jou optreden, en op welk moment. De patronen kunnen bijvoorbeeld optreden bij ervaringen van niet-vertrouwen of triggers voor traumatische gebeurtenissen in het verleden. Het herkennen van de patronen in het verloop van de drie systemen geeft belangrijke inzichten over jezelf, wat jouw triggers zijn en de manier waarop je met triggers omgaat.

Opdrachten en oefeningen in de behandeling

Met oefeningen en opdrachten lukt het je stukje bij beetje om de patronen die optreden te veranderen: we creëren nieuwe patronen van veiligheid en verbinding, die het gevoel van onveiligheid vervangen. Hier ligt de focus juist op het invullen wat jou weer in het positieve, veilige systeem brengt. Dit lukt bijvoorbeeld door zelfregulatie: rustig en vanuit de buik ademhalen of meditatie. Maar ook biofeedback en neurofeedback kunnen hier goed bij helpen. Ook co-regulatie binnen voedende relaties werkt, zoals (leren om te durven vragen naar) een goed gesprek of een knuffel van een dierbare. Wat het best werkt, ligt voor iedereen weer anders – en kunnen we achterhalen.

Het wordt tijdens en na de behandeling steeds makkelijker om in verschillende situaties terug te schakelen naar het bovenste, veilige systeem. Je gevoel van continue alertheid neemt af en je kunt weer tot rust komen (afstappen van systeem twee); of je komt juist weer in een flow terecht en hebt niet langer het idee dat je stilstaat (afstappen van systeem drie). Dit maakt dat je je leven op een betere manier kunt inrichten, en dat je je socialer, creatiever, vrijer, optimistischer en veerkrachtiger voelt.

Meer over de Polyvagaaltheorie

In onderstaande animatiefilmpje van Mindmadeeasy wordt in 6 minuten uitgelegd hoe de Polyvagaal Theorie in elkaar steekt.

Heb je vragen over de polyvagaaltheorie of wil je weten hoe we dit toepassen in onze behandelingen? Neem direct contact op of lees in onze psychologie blog meer over onze behandelingen: